Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. 4. 1.

1. Sy beschrijven deselve qualick.

De eerste beschrijvingh.

De tweede.

De derde.

De vierde.

Prima est Gregor. & refer. Libr. 4. sent. dist. 14. cap. 1.

Sec. Ambros. refert. illic&in Deer. dist. 3. de pcenit. cap. de pcenit. priore.

Tert. August» refer. ead. dist cap. poenit. post.

Quart. Ambr. refer. dist. 1. de pocnit. cap. Vera pcenit.

De ondersoeckingh van dese beschrijvingen.

ten aengaende de penitenty gelecrt hebben, welcker meeninghen 1) ick met so weynige woorden als doenlick is sal door 2) loopen. Want ick hebbe geenen sin om alles te verhandelen , op dat desenBoeck, die ick soecke te maken tot een kort begrijp der Leere , niet tot een onmatige grootheydt uyt-ghereckt en worde. Wat hun belanght sy hebben dese saeck, die andersins niet seer onklaer en was , met soo veel Boecken verwert, dat so 3) ghy u-selven een weynigh in haren dreck in-dompelt, het u swaer sal vallen er wederom uyt te komen 4). En ten eerste toonen sy dan 5) in 't beschrijven der penitenty t' eenemael 6), datse noyt en hebben verstaen wat de boetveerdigheydt zy. Want sy grijpen aen sommighe uytspraecken 7) uyt de boecken der Ouden, dewelcke de kracht der boetveerdigheyt niet uyt en drucken: By exempel: Dat boete doen so veel is als de vooraf bedrevene sonden beweenen, en de sonden die te beweenen zijn, niet bedrijven. Item. dat boete doen, is over de voorleden sonden grooten rouw maken, en niet wederom begaen 't welck te berouwen staet. Item, dat boetveerdigheydt is een smertende wraeck, waer door de mensch in hem-selven straft de bedrevene misdaedt die hem berouwt. Item, datse is een droefheydt des herten en een bitterheydt der ziel van weghen de sonden die yemandt bedreven, of daer in hy bewillight heeft. Want ofschoon wy toestaen dat dit van de Vaderen wel en te recht ghesproken is ('t welck nochtans een twist-gierigh mensch lichtelick soude konnen loochenen) soo en hebben sy 't evenwel niet gesproken om daer mede de boetveerdigheydt te beschrijven , maer alleen om haer volck te vermanen datse niet wederom en souden vallen in die sonden daer uyt sy verlost en getrocken waren. Indien men van alle soodanighe ghesegden begripsbepalinghen 8) maecken wil, soo hadde men met geen minder recht oock meer andere daer by behooren te lappen. Ghelijck daer is dese betoogwijse 9) van Chrysostomus: De penitenty is een medicyne die de sond' uyt doét, een gave van den Hemel gegeven, een wonderbaerlicke deught, een ghenade die de macht der Wetten overwint. Hier by komt noch dat de Leere die de Sophisten daer nae voor-dragen erger is dan de voor-seyae beschrijvingen. Want sy staen soo ^bitsig op de uytwendighe oeffeninghen, dat ghy uyt haer overgroote Boecken niet anders en kondt vernemen, dan dat de penitenty een tucht en strengig-

1) die. 2) over. 3) is't. 4) dat u d'nytkomst swaer il vallen. 5) Eerstelicjc gevense. 6) (te kennen). 7) spreucken. 8) spreucken beschrijvinghen» 9) reden.

heydt £y, dewelcke eensdeels dient om het vleesch te temmen, en andersdeels om de sonden te kastijden en te straffen: maer van de inwendige vernieuwingh des gemoedts, die een oprechte beteringh des levens met haer brenght \) swijgense gantsch stil. Van de vermorselingh en verslagentheydt des herten makense wel veel woorden: sy pijnighen de zielen met veel swarigheden: en brengen veel verdriets en benauwtheyts voor den dagh: maer alsse schijnen de herten gantschelick gewondt te hebben , soo genesense de geheele bitterheydt met een lichte besprenginghe der ceremonien. De penitenty die soo scherpsinnighlick beschreven is, wordt van hun in de vermorselingh des herten, in de belijdenisse des mondts, en in de voldoeningh door de wercken afgedeelt: een indeelinghe immers seer weinigh in overeenstemminghe met de 2) konst der Dialectica of reden-kaveling ghelijck die te voren door hen selven 3) was beschreven: al hoewel sy willen schijnen haren gantschen tijdt in 't maken van besluyt-redenen versleten te hebben. Maar soo yemant uyt hare beschrijvingh argumenteerde (en 4) sulck een wijse van argumenteeren wordt by den Dialecticijns en Reden-kavelers voor goedt gekeurt) dat een mensch sijn voorgaende sonden kan beweenen, en die te beweenen zijn niet bedrijven, dat hy over sijn voorledene sonden grooten rouw kan maken, en 't geen te berouwen staet niet wederom begaen: dat hy in hem-selven kan bestraffen de bedrevene misdaden die hem leedt zijn, &c.; en sulcks 5) al hoewel hy deselve met den mont niet en belijdt: hoe soudense doch hare indeelingh staende houden? Want indien sulck een oprecht boetveerdigh mensch niet en biecht of belijdt: soo kan dan de penitenty zijn sonder biecht of belijding. Indiense antwoorden dat dese indeelingh verstaen moet worden van de penitenty, ten aensien datse een Sacrament is, of van de gantsche volmaecktheydt der penitenty, die in hare penitenty niet en is vervat, so en kan ick evenwel niet beschuldight worden: sy moghen 't hen-selven wijten datse die niet suyverder noch duydelicker en beschrijven. Wanneer men van eenige saeck disputeert, soo neem 6) ick voorwaer na mijn grof verstant alles op in 7) de definity, verklaringh of beschrijvingh, dewelcke het slot en fondament is van den geheelen handel. Maer laet ons dit aen 8) hare doctorale 9) vryheydt toegeven, en de voorseyde deelen als nu ordentlick doorloopen'10). Dat ick son-

Lib. 4. Sentent. 16. cap. 1. de pcenit. dist. 1. cap. Perfecta pceuit.

2. Sy deelen die ongeschicktelick.

Weder-legging van haer antwoordt.

1) sleept. 2) immers so weynigh na. 3) alsse te voren van hun. 4) want. 5) []. 6) betreck' 7) tot. 8) []. 9) meesterlicke. 10) door-sien.

Sluiten