Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neemt men dat aan, dat moet men los naast elkaar zetten, dat de gemeente Paulus' aanbevelingsbrief is, dat de gemeente openbaart, dat zij een brief van Christus is, dat Christus brieven schrijft niet met inkt maar door den Geest Gods in de harten. Men moet dan niet, als wij getracht hebben, één lijn in deze verzen aanwijzen, maar vaststellen, dat de eene gedachte Paulus op de andere brengt en dat er slechts een uiterlijke samenhang is, omdat het telkens gaat over brieven schrijven. Nu is het ongetwijfeld waar, dat Paulus heel gemakkelijk van de ééne gedachte naar de andere springt. En het is ook waar, dat de exegese veel gemakkelijker, zelfs natuurlijker wordt, als men de eenheid loslaat. Daar staat echter tegenover, dat de pericoop te klein is, om zulk een reeks overgangen aan te nemen; dat er toch wel een eenheid van gedachten is en dat veel verklaard wordt, als men in dit gedeelte behalve een verdediging ook ziet een overgang naar de belangrijke uiteenzetting, die volgt, welke den apostel blijkbaar nu reeds voor den geest zweeft. Vooralsnog houden wij dan ook liever de eenheid der gedachten vast.

3 : 4—18. De twee bedeelingen 1).

4. De inhoud van vs 4, maar vooral die van vs 5 (vgl. 2 : 16 ixavóq en 3 : 5 ixavoi) leert, dat Paulus thans den gedachtengang van 2 : 17 voortzet. Daar is hij begonnen te spreken over het karakter van zijn ambt, waarop men te Korinthe niet het rechte gezicht had. 3 : 4 vlg. brengen ons dichter bij 4 : 7 vlg., waar Paulus tot in bijzonderheden uiteenzet, hoe wij zijn apostolisch werk hebben te waardeeren. Bleek 'reeds 3 : 3, dat het verschil tusschen de juiste beschouwing van des apostels ambt en de beschouwing der Judaïsten vergeleken kon worden met het verschil in het tot Gods volk komen van 's Heeren wet in oude en in nieuwe bedeeling, het verschil tusschen oude en nieuwe bedeeling wordt thans eerst breeder uitgewerkt om daarmee een grondslag te verkrijgen voor den rechten kijk op Paulus' werk. Paulus begint te spreken van een nenoi&rioit; roiavxri. Het xoiavzn vindt allereerst zijn verklaring in het onmiddellijk voorafgaande (op dezelfde wijze als ravry xi\, 1 : 15), waarin de apostel zijn aanbevelingsbrief, dat is zijn werk, zelf heeft beschreven, maar dan verder ook in 2 : 17. Overigens blijkt uit het ontbreken van het lidwoord, dat niet de aard van het vertrouwen, doch het bestaan er van de hoofdzaak is. Dat ver-

Vs 4 wordt meer dan eens bij de vorige pericoop genomen. Zoo b.v. door W. A. van Hengel, Annotatio in loca nonnulla N. T., Amsterdam, 1824, bl. 216. Veel verschil maakt het niet. Omdat meer het bestaan, dan de aard van het vertrouwen nadruk heeft, verbinden we vs 4 liever met het vervolg.

Sluiten