Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èè, èavT&v, hier bepaald de dadelijk voor de hand liggende oorzaak aan. 'E% spreekt niet van de laatste altijd geldende bron, die nog wel middellijk werken kan (a7tó), maar zegt, waar de ixavórr/q 1) elk oogenblik, dat zij werkt, haar oorsprong vindt. God zelf geeft Paulus en zijn medewerkers telkens de bekwaamheid, die zij behoeven.

6. 'Ög xat vertale men, die ons immers, met zwak causale beteekenis, § 382 2). Immers xai zegt hier niet, wat God bovendien gedaan heeft, maar op welke wijze de Heere de ixavÓTtji; schenkt. Het werkwoord ixavovv is geconstrueerd met een dubbelen accusativus, wij verklaren: die ons geschikt gemaakt heeft als dienaars van een nieuw testament3) of iets vrijer: die ons gemaakt heeft tot geschikte, bekwame dienaars van een nieuwe bedeeling. Paulus verklaart daardoor vs 5, niet het minste het éx &eov. God schenkt bekwaamheid telkens, maar niettemin als een blijvend iets (Ixavataev, aor. geen praes.), door de apostelen te brengen in een bepaalde positie. AiaOrtxvj is in de koine in de eerste plaats testament, Gal. 3:15, maar wordt ook gebezigd voor verbond en niet alleen in citaten

naar de LXX, die er herhaaldelijk iT"13 mee weergeeft. Nu

zijn we in 2 Kor. 3 geheel in de Oudtestamentische gedachtenwereld, vgl. vs 3,7, 13 enz. Dat geeft ons het recht om óia&rjxij, dat hier trouwens niet testament kan beteekenen, te verklaren naar de LXX en te vertalen door verbond. De uitdrukking xaivij óia&?jxij is als geheel aan het Oude Testament ontleend. Vgl. Jerem. 31 : 31 (LXX 38 : 31), waar het Grieksch heeft óiad-rixri xaivi\. Daarmede is gezegd, dat Paulus op onze plaats niet denkt aan één der openbaringen van het verbond, gelijk er in het Oude Testament meerdere voorkomen, maar bepaald aan de in het Oude Testament voorzegde openbaring, die als nieuw, als anders, tegenover alle andere openbaringen staat, omdat zij losmaakt van het oude en de vervulling brengt, Hebr. 8 4). Nu ontbreekt bij xccivij óia&rjxr] het lidwoord, d. w. z. Paulus bedoelt niet, dat God hem en de zijnen maakt tot dienaren van het reeds bestaande verbond,

J) Plummer deelt mede, dat de LXX eenige malen txavós als naam voor God gebruikt, Ruth 1 : 20 en 21; Job 21 : 15; 31 : 2; 39 : 32 (35)-

2) Van Hengel, a. w., bl. 220 wijst er op, dat os xat bij Paulus meer dan eens in beteekenis nadert tot os yag, Rom. 5 : 2; 1 Kor. 4 : 5 enz.

3) Schlatter schrijft, dat Paulus zonder meer over de Maivrj Sia&r/xr] spreken kon, omdat de gemeente daarvan hoorde bij elke viering van het Avondmaal, 1 Kor. 11 : 25. Wij kunnen het ook zóó zeggen, bepaald het Avondmaal verzegelde den gemeenten, dat met Christus het nieuwe verbond gekomen was.

4) Zie Kittel, Wörterbuch, II, bl. 132 vlg.

VIII.

8

Sluiten