is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oude bedeeling zou vergaan. Daarom kon deze óó^a het laatste niet zijn. Zooals de wet, afgedacht van Israëls onverstand en ongeloof, reeds door haar in steenen tafelen ingegrift zijn, de volmaaktheid niet bracht, zoo min de heerlijkheid van het gelaat van Mozes, omdat zij aan één mensch gebonden was.

8. Vs 8 brengt in een rhetorische vraag het maius. Heeft dezelfde God zich in de nieuwe bedeeling niet veel heerlijker geopenbaard ? MüiJ.ov, veelmeer, ziet op den graad. Het moet hier genomen worden van den graad der heerlijkheid. De oude bedeeling was heerlijk, de nieuwe heerlijker. Omdat Paulus schrijft éarai èv gebruikt hij een bijwoord, uai.i.ov.

Reeds bij vs 6 zagen wij, dat de tegenstelling yQdfifia — nvevfia geen zuivere is. Dat geldt in verhoogde mate van de tegenstelling 9-avazo<; — nvsv/ia. Ook hier is elke óiaxovia gekenschetst, door hetgeen het meest typeerend voor haar is, gezien den feitelijken toestand. Dat ook de nieuwe bedeeling wel den dood kan brengen, heeft Paulus z : 16 uitdrukkelijk uitgesproken *) en het Oude Testament leert, dat ook onder Israël de Geest Gods werkte, Ps. 51 : 13. Maar zooals in het algemeen gesproken de Sinaïetische wetgeving aan velen den dood heeft gebracht, omdat zij haar misbruikten, zoo roemt in het algemeen de Nieuwtestamentische kerk in het bezit des Geestes, Rom. 8 : 15; 1 Kor. 2 : 12; Gal. 3 : 2. Dat hangt weer samen met het Pinksterfeest en de teekenen, die de aanwezigheid des Geestes openbaarden. Daarom kan de nieuwe bedeeling, of zooals er precies staat, de nieuwe bediening, óiaxovia op te vatten, als vs 7, die des Geestes heeten. En daarom is haar heerlijkheid grooter, omdat de oude bedeeling het voorloopige had, doch in de nieuwe pas goed tot zijn recht komt, dat God in Geest en in waarheid moet worden aangebeden, Joh. 4 : 23. Er is dan ook geen fundamenteel verschil tusschen de do|a der oude en die der nieuwe bedeeling. Zeer zeker is er in de oude uitwendige glans, die bij de nieuwe ontbreekt. Maar die glans der oude bedeeling is het teeken van het wonen van God bij Zijn volk, 1 Kon. 8 : 10, in de nieuwe bedeeling woont God bij Zijn volk in Christus en door den Geest, Joh. 16 : 12 vlg. Merkwaardig is het futurum foxai. Vs 6 bleek, dat Paulus de xaivij öiafhrixrt gekomen acht, itfrat kan dus niet zien op een toekomstige bedeeling. In het verband vinden wij niet de gedachte van het zich meer en meer ontplooien van de do§«. Daarom kunnen wij tozai moeilijk tegenover xaTaQyovfiivrjv plaatsen, in de beteekenis

Zie hierover Calvijn, a. 1. Hij wijst nog op Luk. 2 : 34 en 1 Petr. 2 : 8 en zet uiteen, dat al kunnen wet en evangelie beide den dood brengen, toch het evangelie de verzoening met God om niet predikt, wat in de wet wordt gemist.