is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii : 19. Tegen zulken, die het evangelie vervalschen, kan Paulus volhouden, ik predik niet mijzelf, maar de waarheid Gods. Voluit schrijft de apostel Xqiozov 'ItjCovv xvqiov en daarmede roept hij het gansche werk van Christus voor onzen geest. Wij kunnen het ook aldus zeggen: de inhoud van het xrjQvy/ia, de openlijke apostolische prediking, is, dat de gezalfde Zaligmaker de Heere is, verhoogd is, eer en aanbidding waardig is. Er is iets voor om xvqioc, praedicatief op te vatten, niet alleen omdat wij het ook elders zoo vinden, maar vooral omdat er dan parallellie is met het zeker praedicatieve óov/.ovq. Zijn eigen plaats teekent Paulus hier als een nederige. Nu spreekt hij niet van de heerlijkheid van het ambt, al handhaaft hij die ten volle, hij let thans op de andere zijde en schrijft zelfs óov/.ovq vgl. i : 24. Paulus gaat heel ver, hij

noemt zich niet dienaar des Woords of dienaar van Christus, maar dienaar der gemeente. Menig predikant zou zich juist zóó niet willen noemen. Paulus doet het uit liefde tot de gemeente, voor welke hij alles over heeft; hij doet het om te laten zien, dat bij hem alle zelfzucht, alle pogen om naar voren te komen ten koste der gemeente ten eenenmale ontbreekt. Slaven van Christus willen ook slaven van het lichaam van Christus zijn. Toch voegt hij toe dia 'Irjoovv, men mag te Korinthe de zaken ook weer niet scheef trekken en meenen, dat Paulus zich in laatste instantie ter wille van de gemeente tot haar dienaar heeft gemaakt. Hij is het tenslotte wegens Jezus, Die hem riep, Die de gemeente kocht met Zijn bloed, Die van Paulus en de gemeente samen vraagt, dat zij Hem dienen. De bij Paulus zeldzaam alleen voorkomende naam Jezus zal gebruikt zijn, omdat Jezus zichzelf vernederde. Waarschijnlijk mogen wij in dit vers ook wel lezen, wat het xaXv/jifia was, dat sommigen tot hun eigen schade over Paulus' evangelie brachten. Zij zagen het werk van Paulus niet goed en lieten zich onder den invloed der Judaïsten brengen, menschen, die niet de zuivere waarheid brachten, maar zichzelf zochten, Fil. 1 : 14 vlg.

6. De pericoop eindigt met een redengevenden zin, want ozi kan hier slechts causaal worden genomen. Deze reden draagt een geheel ander karakter dan die van vs 5. Vs 5 is een noodzakelijke schakel in het betoog over Paulus' prediking. Vs 6 gaat veel verder terug en zegt, waarom Paulus moet en kan prediken, als hij doet. De reden van vs 6 draagt een meer objectief karakter dan die van vs 5. Dit verschil is uitgedrukt door de verschillende voegwoorden en öxi. Men vertaalt vs 6 het gemakkelijkst, als men aanneemt, dat èaxiv moet worden bijgedacht. Want het is God, God zelf, Die gezegd heeft..., Die scheen. Nadruk valt dus in de eerste plaats op het optreden Gods. Omdat God gedaan heeft, wat Hij blijkens vs 6 deed, kan Paulus prediken, wat hij predikt, kan hij dienaar