is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt aan den dag, dat de Judaïsten met hun vragen om geld, meer in aanzien stonden, dan de predikers van het evangelie, die hun werk om niet deden, 11 : 20. In antwoord daarop geeft Paulus toe, dat aan hem en de zijnen veel ontbreekt. Hij sprak van de heerlijkheid van het ambt. Die heerlijkheid is alleen te danken aan God, Die de ambtsdragers roept, bij den ambtsdrager zelf is er geen. Met röv S-ijoavQÖv tovtov wijst de apostel naar de yvöboiq rijt; rov ibeov, dat

is, blijkens vs 4, materieel het evangelie. De yva>aiq mag S-riaavQÓq heeten in verband met de bijbehoorende do§«, ook, practisch is dat hetzelfde, omdat het evangelie het leven brengt, Rom. 1 : 16; 1 Kor. 1 : 21 vlg. De apostelen bezitten de yvtüatg, daaraan mag niet worden te kort gedaan. Maar zij bezitten haar alleen als gave Gods in eigen onwaardigheid. Sxsvoi; is een zeer algemeen woord, op één lijn staande met ons thans verouderde vat; het ziet op alle gereedschap. Hier hebben wij blijkens het verband te denken aan een schathouder, maar dan aan zulk een, die tevens middel is, waarvan de schat zich bedient om zijn werking te toonen. Het is als de zetting van een edelsteen. Nu zijn er allerlei axevr], vgl. 2 Tim. 2 : 20. De öazqdxiva zijn de minst kostbare, die bij de armen zijn te vinden en verder voor de minst edele doeleinden worden gebruikt. Of in öaxQaxivoq nu het breekbare 1) of het goedkoope op den voorgrond treedt, doet weinig ter zake, aan beide kan zijn gedacht; de bedoeling is in elk geval, dat de schathouder niet past bij den schat. Daaruit volgt, dat men oxevoq niet alleen op het lichaam moet laten slaan. Het is wel waar, dat in de Grieksche litteratuur axsvos meer dan eens van het lichaam is gebezigd, maar dat zegt weinig; een woord als axsvoq is zóó gewoon en het ligt zoo voor de hand het beeldsprakig te gebruiken, dat men niet uit het eene overdrachtelijke gebruik mag besluiten, dat het in een ander geval op dezelfde wijze is gedaan 2). Wanneer wij er op letten, dat een apostel heel zijn bestaan in den dienst van de evangelieprediking stelt, zoo blijkt het noodzakelijk te zijn om bij axsvog aan heel dit bestaan te denken. "E%oftev, praes., wijst op het voortduren; het meervoud è'xo/uev en oxevrj op alle arbeiders in Gods wijngaard. Wanneer men vraagt, is het on-

Daarop zouden zoowel 5 : 1 xaraXv&fj als ook de vs 8 vlg. voorkomende participia kunnen wijzen. Overigens komt óargaxivov ottevos reeds in de LXX voor, Lev. 6 : 28; 11 : 23; 14 : 50, steeds in eigenlijken zin. Wel komt in de LXX ayyog of ayyeïov oargaxivóv voor in figuurlijken zin, voor iets, dat spoedig breekt, Jes. 30 : 14; Jerem. 19 : 11; Klaagl. 4 : 2. Bachmann wijst er terecht op, dat ■d'TjoavQÓs, wijl het om één schat gaat, in het enkelvoud staat, axevrj daarentegen in het meervoud, omdat er meerdere dragers zijn.

2) Zie hoe gras Jes. 40 : 6 heel anders dan Jes. 44 : 4 beeldsprakig is gebruikt.