Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet op Paulus' openbaringen, vgl. 2 Kor. 12 : i vlg., waar ook van xavxüoS-ai sprake is; men vond, dat de apostel tegenover de Korinthiërs te kalm, te weinig eischend was opgetreden. Paulus zegt, zoo moet het zijn, want zoo is het voor u een aanleiding om te roemen tot eer van God.

14. Vs 14 is weer een reden. De inhoud van het vers wijst uit, dat wij een reden hebben van vs 13. Niet alleen van het laatste gedeelte van vs 13, maar van het geheele vers, want Paulus spreekt in het algemeen over wat hem drijft bij den arbeid. Nu lag in vs 11 sióóxeq xov <fó^ov xov xvqïov ook een drangreden tot het iceïd-siv uitgesproken. Dat is geen bezwaar, want fpófioq xov xvqïov en aydjttj zov Xqioxov zijn allerminst tegenstellingen, eer twee zijden van dezelfde zaak. Dat zien wij vooral dan, als we bedenken, dat ctyantj Xqioxov in de eerste plaats beteekenen moet van Christus uitgaande, door Hem bewezen liefde. Immers voor liefde tot Christus is de meest gewone constructie, die met tic,. Is xov Xqioxov daarom in de eerste plaats genet, subi., toch zou het niet goed zijn het daartoe uitsluitend te bepalen. Want de liefde van Christus is een levende, die wederliefde wekt, vgl. 1 Joh. 4 : 19 1). Hier staat echter op den voorgrond de van Christus uitgaande liefde, die ook den xov xvqïov

werkt. Het is de liefde van Christus voor arme zondaren, die de apostelen roept en hen met vrees voor het gericht, dat komen zal, drijft tot den arbeid. Die liefde houdt Paulus gevangen, in bedwang, beheerscht heel zijn doen 2). Daarom richt dat doen zich, gelijk vs 13 zeide, op God en op de gemeente. Christus' liefde tot den apostel drijft daartoe en niet slechts Christus' liefde tot den apostel, want die beperking staat er niet bij, naar Christus' liefde in het algemeen. Paulus spreekt hier van de zichzelf gevende, zoekende liefde van Christus, die in haar instrumenten najaagt de grootmaking van Gods naam en de zaligheid der gemeente, Joh. 14 : 31; 13 : 1. Het partic. aor. spreekt van een slotsom, waartoe de ij/usiq, Paulus, eventueel met zijn medewerkers, gekomen zijn. Niet omdat de apostel er wel eens anders over heeft gedacht, maar omdat het na herhaalde overweging voor hem vast blijft staan, vgl. 1 Kor. 2 : 2; 2 Kor. 2:1. Het partic. xqïvccvxcc^ hoort bij het object rin&q. De liefde van Christus houdt ons gevangen als menschen, die oordeelen. De beteekenis van het werkwoord ovvéxeiv zou tot de meening kunnen brengen, dat het gevangen houden insluit het oordeelen. Zoo is het

J) Zie ook O. Schmitz, Die Christus-Gemeinschaft des Paulus, Gütersloh, 1924, bl. 134 vlg.

2) Men moet niet met Plummer verklaren: weerhoudt ons van onszelf te zoeken. Dat ligt ook in avvé^ei, maar het is te beperkt en het past niet in het verband om de beteekenis daartoe te bepalen.

Sluiten