Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien wij dien naam door het werk van Christus in zijn volle heerlijkheid. God maakt kinderen des toorns tot Zijn zonen en dochteren, Ef. 2 : 1 vlg., en behandelt ze als zoodanig. Anders gezegd, wat 2 Sam. 7 : 14 van den Messias is gezegd, geldt van allen, die het eigendom van Christus zijn, wat Paulus er hier overigens niet bij zegt. Eiq, § 116, 5. En het isdeHeere, de Almachtige, Die over alle dingen beschikt, Die het zegt. Hij kan geven, wat Hij wil en alle kwaad verre houden. Merkwaardig is, dat het pronomen v/ielq staat uitgedrukt. God is bepaald van Zijn volk de vader.

7:1. De hoofdstukindeeling is hier verre van goed. Wilde men op deze hoogte van den brief een nieuw capittel beginnen, dan had dat voor het minst bij 7 : 2 moeten geschieden, beter nog bij 6 : 11 of 6 : 14, terwijl dan het eerste deel van hoofdstuk 6 zeer geschikt bij caput 5 had kunnen worden gevoegd. 'ETtayyekia is menigmaal de naam voor de oudtestamentische toezeggingen, terwijl de verkondiging van de nieuwe bedeeling tvayyéMov heet. Hier staat het woord van de in het Oude Testament gedane toezeggingen, die blijkens i'xovzei; ovv nu nog gelden, ook gelden voor de heidenchristenen te Korinthe. Het participium ïyovreq heeft causale beteekenis. Daar wij zoo heerlijke {ravrag) beloften hebben. De beloften Gods verplichten tot nieuwe gehoorzaamheidx). Dat Paulus tcyaxTjToi inlascht en in den eersten persoon meervoud spreekt dus zichzelf insluit, toont, dat de apostel alles doen wil om misverstand bij de Korinthiërs te voorkomen, nu hij hen gaat vermanen. Hij doet het uit liefde en meent waarlijk niet, dat hij zelf zoover boven hen staat. Als God in de gemeente woont als in Zijn tempel, dan moeten al haar leden zich reinigen. Mavrovg, § 49. MoZvOfióc, zedelijke bevlekking. Wanneer hier naast elkaar staan en Jtvsv/ua en bij beide van bevlekking sprake kan zijn, dan zullen wij die twee woorden moeten nemen van het lichamelijk en geestelijk bestaan des menschen.

is hier niet het per se zondige vleesch, dat niet kan gezuiverd, slechts afgelegd moet worden, maar het vleesch, dat zondig worden kan. Ilvsv/ia is het hoogere leven, het geestesleven van den mensch, dat ook door de zonde kan worden bevlekt. Men moet beide woorden concreet verstaan. Als Paulus een mensch ziet, dan ziet hij <j<xq§ en tivsv/xcc 2) en hij weet dat beide onder de heerschappij der zonde kunnen komen.'

J) Calvijn wijst terecht op Gen. 17 : 1 vlg. God geeft aan Abraham o, ? e van et vefkond en eischt verbondsgehoorzaamheid. -) Soms wordt Jtvevpaxos met ayLcoavvrfv verbonden en niet met fioAvopov. Men doet dat om voor Jivevpa de beteekenis Christelijk Jtvev^a te kunnen aanvaarden. Tegen deze verbinding is* a. dat iederoa9% l nvevpa als één geheel hoort, b. dat Jivevua wel meer het neutrale, niet-Christelijke jzvev/iia is, i Kor. 7 : 34 c. dat het Christelijk Jtvevfia reeds ayicoovvrj heeft.

Sluiten