Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelf als het ware in de reden om misverstand te voorkomen. Paulus' bedoeling is hier niet de Korinthiërs te beschuldigen of te veroordeelen, maar alleen om die dingen voor hun geest te roepen, die hen zouden brengen tot het besluit, wij kunnen, wij moeten Paulus plaats geven in ons hart. Paulus gaat bewijzen, dat hij niet hun xazaxQiOiq, dat zou toch hun ondergang (vgl. ifS-eiQSiv, vs 2) beteekenen, bedoelt. Reeds eerder heeft hij hun zijn liefde betuigd, ngoeigrixa, ik heb eerder gezegd en de gevolgen daarvan zijn nog aanwezig, dat is: ik neem het nog voor mijn rekening. Nu is de vraag, hoe of waar Paulus dat gezegd heeft. Gedacht moet aan 6:11 vlg., want dat Paulus hier zou denken, aan iets, wat hij bij een verblijf te Korinthe had uitgesproken of in een vorigen brief, past niet in dit kader *). Zeer voor de hand ligt het aan te nemen, dat de apostel herinnert aan een reeds eerder gedane uitlating om daarmede te bewijzen, dat elke gedachte aan xazaxQiOiq verre van hem is. Wat hij schreef, blijft waar. Over het zijn in de harten hebben wij eigenlijk al gehandeld bij 6 : 11—13. Het is een beeldsprakige uitdrukking, van een soort als in alle tijden en talen in gebruik was en is en die voor ieder terstond verstaanbaar is, terwijl misschien juist daarom de beteekenis moeilijk is te omschrijven. Als wij iemand in het hart dragen, als iemand ons na aan het hart ligt, zegt dat, dat hij is in, bij het centrum van heel ons leven en dat hij daar een plaats der eere heeft, zoodat wij in al ons denken, spreken, handelen van zelf, onwillekeurig het goede voor hem zoeken. Nu voegt Paulus er nog aan toe eiq vö ovvaxoS-aveïv xaï öv^ijv. Wij merken eerst op, dat wij hier de meer bij Paulus voorkomende constructie (zie b.v. 1 : 19) aantreffen, dat wij hebben een zin (nQoq xaxaxpiaiv ov Jiéyat), een reden van dien zin (ngoeigrixa yciQ xvè) en een doel of gevolg van die reden (eiq rö awanoD-aveiv xvè). Het doel of gevolg van de reden is zakelijk gelijk aan hetgeen, waarvan het reden is. Zoo is dan ook inderdaad samen sterven en samen leven een andere uitdrukking voor iemand in het hart dragen. Dat is ook de facto zoo. Eiq ró kan zoowel finale als consecutieve beteekenis hebben. Dat maakt hier weinig verschil. Finaal let meer op de toekomst, consecutief meer op het heden. Maar de toekomst wordt telkens heden. Paulus bedoelt aan te geven iets, dat onder alle omstandigheden door-

1) Windisch heeft er terecht op gewezen, dat hier een argument ligt voor de echtheid van 6 : 14—7 : 1. Wie deze verzen verwerpt, kan nQocigrjxa niet verklaren, immers de betuiging van liefde is dan juist geschreven. Wat echter niet wegneemt, dat Windisch zelf 6 : 14—7 : 1 blijft verwerpen, naar Gal. 1 : 8 vlg. wijst, als op een nog meer bevreemdend zichzelf citeeren, in het zelfcitaat een combinatie van verschillende vroeger gedane uitspraken vermoedt, en de mogelijkheid stelt, dat Paulus een mondelinge uitspraak citeert.

Sluiten