is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het er op aankomt, ook weer niet de armen te Jeruzalem, maar de eer en de heerlijkheid van den verheerlijkten Heiland. Avxov geeft aan deze gedachte nog bijzonder relief, het gaat waarlijk om den Heere zelf. Juist deze uitdrukkingen zullen het den Korinthiërs gemakkelijker maken deel te nemen aan de inzameling. Zij is ten slotte tot eer van Christus. Wanneer Paulus als tweede doel noemt zijn eigen jxQO&v/iia, kan dat niet beteekenen, dat die iiQo9-v/uicc moet worden opgewekt of gezocht, bereikt, zooals de xov xvqiov moet worden

gezocht. Het geheele betoog leert, dat er bij den apostel waarlijk wel nQO&v/uicc ten aanzien van de collecte bestond, hoe kan hij haar anders zoo warm aanbevelen ? Wij kunnen jiQÖq óó^av ook opvatten: om de <fó§« des Heeren, die bestaat, aan den dag te brengen, wat hetzelfde inhoudt als om die dofee op aarde te zoeken. /7^ö§ xQo&vfiiav ij/uatv is om onze bereidwilligheid aan den dag te brengen, te toonen, er uitvoering aan te geven l). Paulus had op zich genomen voor de collecte te zorgen, hij moet het nu ook doen. Gelijk Paulus niet tevreden is met de TtQo&vftia der Korinthiërs, maar om daden vraagt, vs u, zoo staat het ook met hemzelf.

20. Sxéi-Xeo&ai, zoeken te vermijden, een beteekenis, die ten deele uit het verband is afgeleid en voorts vooral berust op de weergave in de oude vertalingen, die alle de genoemde beteekenis geven. Moeilijk is uit te maken, met welk woord het participium axé^Xo/isvoi dient te worden verbonden. Naar den zinsbouw zou het bij ovvenéfiipafiev kunnen worden genomen. Maar het zinsverband is feitelijk reeds verstoord bij xeiQ°Tovtj9-siq. Daar dit participium bij aóeJapóv hoort, zou men mogen verwachten itjoxovtjOivx tc avvéxótjfiov. Nu is meer dan een verklaring mogelijk. Het komt meer voor, dat een participium, dat in den accusativus zou moeten staan naar den regel van het klassieke Grieksch, bij Paulus in den nominativus staat, wanneer op een nieuw moment de aandacht wordt gevestigd, § 323. Een tweede verklaring, waartoe de zoo juist genoemde feitelijk leidt, is, dat wij aan een nieuwen zin denken en èoxiv invoegen, in welk geval xei(toxovrjfbeiq ioxiv meer dan ixfiQOtovqfhi aangeeft, dat de broeder nog steeds de aangewezen man der gemeente is. Deze laatste ver¬

constructie van den zin met tovto, dat aangeeft, waar het bij azelXófxtvoi vooral om te doen is, verbiedt de woorden met het volgende te verbinden. Evenzeer avtov, dat bij axeX.X0fj.evoi geheel overbodig is.

*) Het is dan ook niet noodig om Jigóg in tweeërlei zin te nemen, n.1. eerst als tot en dan als in overeenstemming met. Vooral nu jiQÓg niet wordt herhaald, is er bezwaar tegen het aanvaarden van een eigen beteekenis bij Só^av en bij jzg0-&v/j.iav. G. Steenhoff, Bijdr. bev. Bijb. Uitlegk., 4, 1845, bl. 178 vlg. poogt de moeilijkheid op te lossen door jtQo&vftiav bij axeXXópevoi te nemen, maar kan niet bewijzen, dat Jigo&v/tiav kan beteekenen naar onzen ijver.

VIII.

20