is toegevoegd aan uw favorieten.

De tweede brief van den apostel Paulus aan de kerk te Korinthe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God, maar tot eer van hem, die roemt. Op deze wijze deden de Judaïsten het. Het is begrijpelijk, dat Paulus hier vxeQaiQso&ai heeft, immers in dit verband beteekent xavx&O&ai het goede roemen. Merkwaardig is, dat ïva u ij vitsQaiQut/icci aan het eind van het vers wordt herhaald. Dat bewijst, van hoeveel belang dit is voor het werk van den apostel en verraadt de belijdenis, dat hij tegen hoogmoed had te strijden. Dat God hem in dien strijd de overwinning had gegeven, blijkt ook daaruit, dat Paulus aan het begin van het hoofdstuk over zichzelf in den derden persoon schrijft. 'E<fó9-tj spreekt formeel van een bepaalde historische gebeurtenis, materieel van een Goddelijk bestel. God zelf heeft een maatregel genomen om Paulus in toom te houden en Paulus ziet dat als een gave Gods. En dat maakt ook dit lijden voor hem tot een openbaring Gods. Over de volgende woorden is ten allen tijde veel verschil van meening geweest. Duidelijk is, dat gesproken wordt over iets, dat den apostel van Godswege overkomt en dat hem doet zien, hoe klein ten slotte zijn kracht is. De woorden zijn verder te onduidelijk om er iets bepaalds uit af te leiden. Wij kunnen niet meer doen, dan de woorden zelf nagaan en voorts in verband met andere verwante plaatsen gissen, wat hun beteekenis zou kunnen zijn. SxóXotp, spitse paal, doorn 1), dus iets dat verwondt en dat men liefst zoo spoedig mogelijk verwijdert, doch dat Paulus niet verwijderen kon, omdat het eens voor altijd door God is gegeven, vgl. vs 8. —«(?§ kan hier slechts in eigenlijken zin worden genomen. Paal of doorn voor, dat is practisch in het vleesch is een beeld voor een zeer onaangename, hinderlijke zaak, die men steeds bij zich omdraagt, waarvan men zich wenscht te bevrijden, doch zich niet bevrijden kan. Toch kan hier niet aan een verwonding, die verminking ten gevolge had, worden gedacht, omdat ccyyei-og xxX. zonder copula volgt, en dus in de tweede uitdrukking een toelichting van de eerste moet worden gezien 2). Nu is die nadere aanduiding, ook al bevat zij in eigenlijken zin geen beeldspraak meer, toch ook niet zóó, dat ons nauwkeurig gezegd wordt, waaraan wij hebben te denken, maar een kwalificatie van het Paulus plagende verschijnsel. "Ayye).o$ aarava, de Satan zendt, heeft gezonden één van zijn dienaren naar

') In het algemeen gesproken beteekent oxóXoy) in het classieke Grieksch paal, staak, maar in de LXX althans op drie plaatsen, Num. 33 : 55; Ezech. 28 : 24; Sir. 43 : 19 zeker doorn, welke beteekenis op de vierde plaats Hos. 2 : 6 niet onmogelijk is. In verband daarmede heeft op onze plaats de beteekenis doorn, die beter past, de voorkeur. Vgl. Plummer.

2) Volgens H. Koch, Theol. Lit. Zeit., 51, 13, 26 Juni 1926, Sp. 342, wil Joüon, Rech. d. Scienc. Rel., 15, 6, 1925 ayyeXos aarava tot subject van iSó&i] maken en axóloy/ appositie. De woordorde is daartegen; voor de beteekenis maakt het geen verschil.