Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 [ 17.'• 1 ^hess. 2 : I0- Hij heeft zich niet aan onlouterheid schuldig gemaakt, maar zijn roeping op betamelijke wijze volbracht. Dat verklaren is zijn verdediging, het is de handhaving \an zijn ambt. Evenwel, Paulus voegt er aan toe tv XQiavdt. Als hij spreekt voor het aangezicht des Heeren, kent hij ook zijn tekortkomingen. Hij spreekt als Christen, in de sfeer van Christus, dat is: door Christus geheiligd en door Christus bekwaamd en geroepen. Er is een zaaksgerechtigheid, die op goede gronden rust. Paulus weet zich in de eerste plaats aan God verantwoordelijk, pas in de tweede plaats komt de gemeente. Maar dan komt zij ook, heel Paulus' werk geschiedt haar ten goede, vs 15. Ta tk'cvtu, alles wat Paulus besproken heeft, wat hij, naar men zou oordeelen, tot zijn verdediging had gezegd, ten slotte: het geheel van zijn werk. di maakt in zooverre een tegenstelling, als Paulus gaat uitdrukken, dat de gemeente toch iets, ja veel met de zaak te maken heeft1). De verzekering van liefde, die Paulus in ayaKi\xoi geeft, \ersterkt dat2). Al spreekt Paulus voor Gods aangezicht, de Korinthiërs moeten deswege niet meenen, dat zij er buiten vallen, dat hij hen niet liefheeft. 'TCjisq, ten voordeele, in het belang van. Oixodoft?) en verwante woorden bezigt Paulus meer dan eens om heel zijn werk ten dienste van de gemeenten aan te duiden. De gemeente is als een gebouw in wording. Zij is nog niet af. Zij moet verder gebracht worden en dat door uitbreiding en door geestelijke verdieping. Zoo heeft Paulus aan de Korinthiërs gearbeid, zoo doet hij het door dezen brief. En wanneer men meent, dat hij zich verdedigt, dan moet men zien, dat hij niet zichzelf wil schoonwasschen voor de gemeente, maar dat hij haar welzijn zoekt.

20. \ s 20 is met yaQ een reden. Paulus betoogt, dat die oixoóo/irj nog noodig is, want er ontbreekt wel een en ander aan de gemeente. Vandaar alles, vgl. ra jiavtcc, wat hij ook in onzen brief gaf. Het was misschien niet alles aangenaam voor de Korinthiërs, maar het was noodzakelijk. Immers, Paulus koesterde vrees. De apostel zal van Titus, die juist tot hem teruggekeerd was, veel over Korinthe hebben gehoord. Veel, dat hem verblijdde, waarvoor hij zich in het eerste deel van den brief dankbaar heeft betoond, maar ook veel, dat hem met vrees vervulde 3). Groote dingen, waarover hij afzonderlijk heeft geschreven, de traagheid ten aanzien van de collecte,

Juist omdat de uitdrukking zoo algemeen is, denken wij er liever doen wij of zijn er bij en niet XaAovfisv, gelijk Plummer wil.

2) Allo leest in ayajttjzoi een verklaring tegenover de scherpe verwijten in de vorige verzen. Dat kan ook in het woord zijn uitgedrukt.

3) Plummer zegt terecht, dat cpofiov[j,ai en ov% o/ovg -O-éXco vriendelijk klinkt. Paulus spreekt niet met zekerheid, anders dan in zake de Judaïsten. O. i. bevestigt dat de opvatting, dat Paulus poogt, wat nog ontbreekt, in orde te brengen, eer hij komt.

Sluiten