Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7: 15

Vermoedelijk de uit vs 13 af te leiden gedachte: dat Jezus niet op grond van afstamming priester werd. Ei, de voorwaardelijke zin geeft aan, welk feit geschieden moest om het zoo duidelijk te maken. Sprak vs 11 van de noodzakelijkheid van het optreden van een priester naar de orde van Melchizedek, thans wordt dit optreden door een enkel aviozazai als feit voorgesteld, de Psalm is in Christus vervuld. Nu staat er niet xccza zijv za^iv, doch xaza rijv ófioiózriza, verschil in beteekenis kan er niet zijn, het eenige is, dat de schrijver citeerend aan zd^iq gebonden is, zich zelf uitend ófioiózrjq kiest, d. w. z. dat z«ftg voor hem de beteekenis ó/uoiózTjq heeft. Men zou kunnen zeggen, dat o/ioiózrtg nog meer dan za^iq algeheele gelijkheid uitdrukt. Het gaat om een priester, die het was op dezelfde wijze, als Melchizedek het was. 'Aviozazai wijst op het plotselinge, ongewone optreden van een andersoortig (i'ttyoq) priester. De andersoortigheid wordt bewezen door den oorsprong van dezen priester, hetgeen begrijpelijk is, omdat het sinds vs 13 over den oorsprong van het priesterambt ging. Jezus verschilt ten aanzien van het priester worden van de Aaronieten. Dezen worden priester xaza vó/tiov èvzoXfiq auQxivriq, • d. w. z. volgens een wet, die bij een vleeschelijk gebod hoorde. Nu bij vó/uog het lidwoord ontbreekt, zal niet de Mozaïsche wet zijn bedoeld. Nófiog heeft hier de beteekenis van norm, maatstaf-, ze worden priester naar een bestaanden regel. 'EvzoJJi is het afzonderlijk bevel. SaQxivoq wil hier zeggen, dat er een bevel was, dat het priester worden bond aan afstamming, een vleeschelijke zaak. Een gebod buitendien, dat ook inhield zalven, wasschen, scheren enz. van het vleesch (Chrysostomus). Maar dat er zulk een gebod, in de wet voorkwam, typeerde heel de wet, vgl. 9: 16. Hier valt echter blijkens de tegenstelling de nadruk er op, dat afstamming priester deed worden en dat gold heel de oude bedeeling. Jezus werd echter priester niet volgens een wet, een voorschrift, dat tot Hem kwam en waardoor anderen Hem moesten erkennen, doch xaza óvvafiiv axazaXvzov. In Jezus zelf was

óvva/uis en die dvva/uiq kwam voort uit een niet op te lossen leven, dat als beginsel die dvva/tig gestadig onderhield. Merkwaardig is, dat er niet staat vófio$ maar ó vvafiiq. Een vófioc, kan verdwijnen een (fvvafiiq leeft en werkt door, als de bron blijft bestaan en de bron droogt hier niet op. Het aviozazai hier beantwoordt aan het XQsia aviozao&ai, vs 11, het is zóó gebeurd, als het moest gebeuren en de lezers waren daarvan overtuigd. 'Aviozazai en yéyovev geven beide te kennen, dat het gaat om het priester worden, het als zoodanig optreden in den tijd. De levenskracht is dus niet die, welke pas met de verhooging kwam, doch die welke Christus steeds had en door welke Hij den dood overwon, 9: 14. Daar de brief zijn uitgangspunt genomen heeft in den vióq, den Zoon van

Sluiten