is toegevoegd aan uw favorieten.

De brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9: 19

Mozes aan het volk zal overbrengen, al wat de Heere tot hem spreekt, vgl. ook Exod. 24: 3' Éaza xbv vófiov moet dan ook met worden verbonden, Ilavxi xw }.a(&

correspondeert met navxa xbv Xaóv, vs 20, het gaat om allen, die aan de verbondssluiting deel hebben. Onze brief doelt nu, op hetgeen verhaald wordt Ex. 24. Er is echter noch in de woorden, noch in de feiten algeheele aansluiting aan Ex. 24. Zoo is Exod. 24 : 5 wel sprake van brandoffer en dankoffer. Maar alleen in het laatste geval wordt de naam van het offerdier genoemd (fioay^aqia), van bokken wordt niet gewaagd. Ook lezen we Ex. 24 niet, waarmede Mozes sprengde, terwijl Hebr. zegt, dat het bloed met water werd verdund en dat een met scharlaken wol omwonden hysopstengel dienst deed als sprengkwast, zooals we daarvan Lev. 14:4, 49, 51; Num. 19:6 lezen. Ex. 24 staat wel, dat het altaar, niet dat het boek, dat echter zeer goed op het altaar kan hebben gelegen, werd besprengd. Wij voegen hier aan toe, dat de spreuk, die vs 20.meedeelt, in de LXX luidt: 'ióov xö ai/ia xijg óiaS-iixriq öii&exo xvQiog jiqö$ ijfiag. En eindelijk, wat vs 21 aangaat, van een besprenging van den tabernakel en zijn gereedschap is Ex. 24 in het geheel geen sprake en kan geen sprake zijn, omdat de oprichting van den tabernakel eerst in Ex. 25 aanvangt te worden beschreven. Nu staat er in Hebr. niet met zoovele woorden, dat de tabernakel besprengd is met het bloed van het bondsoffer, er staat slechts ofioioq, maar x<J> aï/uaxi doet toch weer denken aan het bloed, waarover werd gehandeld. Onze auteur is met i -, t0t 'n kleinigheden op de hoogte en als hij schrijft, gelijk hij doet, dan doet hij dat opzettelijk zóó. De offers op den verzoendag, die hier blijkbaar in den geest waren, waarborgen het in stand blijven van het Sinaietisch verbond, daarom is tusschen die twee verband en dat bepaalt ten deele de wijze van beschrijving i). De verschillende afwijkingen van het O. T. zijn dan ook wel te verklaren. De kleinere in vs 19 kunnen berusten op andere lezing of traditie. (Eigenaardig is b. v., dat Jos., Ant., 3, 8, 6, ook zegt, dat de tabernakel met bloed is besprengd). Trouwens dat aldus gesprengd werd, sprak in dit verband met het oog op Lev. 14 : 4 wel van zelf. Van meer belang is, dat de schrijver blijkbaar niet wil geven het verhaal van een gebeurtenis, maar in het licht wil stellen, dat bij de mQÜixi] (ficcO-?/xri, waarvan de tabernakel het heiligdom was, wel degelijk bloed vloeide, gelijk op grond

l) Bokken en stieren is in verband hiermede staande term voor onzen schrijver evenals èmna xcl vcLai. Op zichzelf is de bok steeds zondoffer. Overigens kan de besprenging van het heiligdom vermeld zijn, omdat nog gesproken moest van de reiniging van het hemelsch heiligdom, vs 23. fa