Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13:24—25

de eerste opvatting de juiste is *). Het blijkt dus, dat Timotheus in geen geval op dezelfde plaats was als de schrijver en dat beiden toch weer dichter bij elkander waren — men kan vermoeden in Klein-Azië — dan bij de lezers 2).

24. Vs 24 geeft een groet. Hüvrag rovq ijyovfiévovq vfiötv, zie vs 17, misschien de ambtsdragers der geheele gemeente. Op de geheele gemeente kan ook navxec, oi ayioi zien. Dat in een brief, die het werk van Christus als ayid^siv samenvat, de geloovigen ciyioi heeten, is te verstaan. Overigens blijkt wel uit den groet aan al de ayioi, dat de schrijver niet in bijzondere relatie tot de iiyovfievoi stond. Vermoedelijk had hij dan aan hen geschreven. Oi dito xijq 'izaXiaq, zie bl. 2 £ vlg.

25. Kort, maar veelzeggend is de groet. Xat>iq kwam ook in den brief voor en wel op bijzondere plaatsen, zie b.v. 4:16; 13 : 9. ndvxeq viitlq, de gansche gemeente, die tegen afval moest worden vermaand, heeft x"Qlts noodig, die wordt haar toegebeden. Zoo eindigt de brief, die begon met een lofzang op Gods majesteit en Zijn genadige openbaring, met Zijn gunst af te bidden voor Zijn volk!

J) Het is niet juist, dat uit vs 19 volgt: dat de schrijver niet vrij over zijn gaan en komen kon beschikken en dat daarin een argument ligt om de tweede opvatting van den zin met tav te aanvaarden. Dat zou alleen het geval zijn, indien vs 19 xaytiav ontbrak. Nu valt daarop de nadruk. Te komen hoopt de schrijver in elk geval, maar hij wilde gaarne wat spoedig te Rome zijn. Buitendien is èmoyiuxaoxciQ-iö beter te vertalen door: weer in de oude verhouding tot u komen, dan door: bij u komen, vs 19. Tegenspraak tusschen vs 19 en vs 23 is er nooit, welke vertaling men ook kiest. Moffatt en W. Wrede, Das literar. Ratsel der Hebr. br., 1906, bl. 46 achten nog mogelijk de opvat'.ing, dat Timotheus naar de lezers was afgereisd en dat de schrijver hem bij hen hoopte te ontmoeten. O. i. wordt deze opvatting afgesneden door utd' ov en door yi.vwGy.ixs (hoe men dit laatste ook neme, als indic. of als imper.).

2) W. Wrede, Das literar. Ratsel der Hebr. br., 1906, bl. 22 vraagt, als de schrijver weldra hoopt te komen, waarom schrijft hij dan nog. Geantwoord moet, spoedig komen is in de oudheid wat anders dan nu. En meer nog, er staat niet, dat de schrijver spoedig komen zal, doch dat hij, als Timotheus wat spoedig komt, niet te lang wegblijft, hen met Timotheus zal zien. Daarom is er ook geen tegenspraak tusschen vs 19 en 23, zelfs al zou men vs 19 vertalen: teruggegeven worden. De schrijver hoopt te komen, wanneer is onzeker, als hij kan.komthij spoedig en met Timotheus.

Sluiten