Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij. Ik droomde over den revolutietijd, ik was tegenwoordig bij de bloedige moordscènes, werd voor de Revolutierechtbank gedaagd, zag Robespierre, Marat, Fouchier, Tinville en al die anderen, die zich een naam in dien verschrikkelijken tijd verworven hadden. Ik disputeerde met hen en werd eindelijk, na een reeks van gebeurtenissen, die ik mij niet meer duidelijk herinneren kan, ter dood veroordeeld. Ten aanschouwe van een ontzaglijke menschenmassa werd ik op de kar naar het revolutieplein gevoerd, besteeg het schavot en werd door den scherprechter aan de plank vastgebonden; de bijl viel en ik voelde hoe mijn hoofd van het lichaam gescheiden werd. Hierbij ontwaakte ik in den vreeselijksten angst en ik bevond dat een stang van den bedhemel los geraakt was en mij in den nek getroffen had als een valbijl. Mijn moeder verzekerde mij dat dit in hetzelfde oogenblik gebeurd was waarin ik ontwaakte." (Meegedeeld door A. Lehmann. Aberglaube und Zauberei). De veronderstelling ligt voor de hand dat die geheele droom, die in de guillotine zijn voleinding vindt, gedroomd is in het korte moment van het wakker worden, nadat de stang gevallen was. Behalve deze wel zeer frappante geschiedenis zijn ook tal van andere voorbeelden bekend die een zelfde vermoeden schijnen te wettigen.

Natuurlijk moeten wij altijd rekening houden met de mogelijkheid dat wij hier met een vergissing te doen hebben. Dat wij het wel meenen dat wij in dat ondeelbaar moment van het bijna-verdrinken ons heele leven nog een keer overzien, maar dat wij daarin staan voor een illusie en dat in werkelijkheid het verschijnsel veel eenvoudiger is. Toch heeft het allen schijn dat hier inderdaad bijzondere dingen gebeuren. Het zieleleven schijnt bijwijlen in zulk een tempo te kunnen verloopen, dat alle normale grenzen overschreden worden. Geen wonder dat in zulke omstandigheden alle tijdschatting ons in den steek laat.

Samenvattend kunnen wij nu ten aanzien van deze dingen besluiten dat het begrip „tijd" in den gangbaren zin van een gelijkmatig, continu geheel, aan het psychische vreemd is. Wat wij innerlijk ervaren is wat men liever zou moeten noemen den duur van bepaalde processen. Deze duur wordt door ons ook geschat, al naar de reeks van momenten die zij omvat. Een tweede maatstaf bij de schatting is evenwel het tijdsbesef zelf. Een spreker die ons telkens in den waan brengt dat hij aan het slot is, en die dan telkens weer met nieuwen moed verder gaat, brengt ons in de illusie dat hij oneindig lang spreekt. Dat komt omdat wij ons iedere maal op het einde als het ware instelden, en daardoor aan den tijd gingen denken. De tijd zelf werd beleefd. In het algemeen moeten wij dan ook erkennen dat de psychische duur dien wij innerlijk doorleven, weinig te doen heeft met den objectieven tijd of met den tijd dien wij met ons horloge constateeren kunnen.

In bepaalde gevallen schijnt de gang van het psychisch gebeuren zoo overhaast te wezen dat alle schatting ons in den steek laat. Bij processen waarbij wij al onze energie aan de opmerkzaamheid besteden, houdt de gelijktijdige tijdsschatting op. De volheid van onze belangstelling wordt dan elders besteed, zoodat aan den duur niet gedacht kan worden. De verdubbeling, n.1. van het denken en het weet-hebben van dit denken,

Sluiten