Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebben zij een gevoeligen aanleg, dan vindt men bij hen vooral de plotselinge ontroeringen, drift, medelijden enz., maar het is gauw voorbij, het laat zich niet meer bemerken. Ze zijn opvliegend, maar ze zijn het gauw vergeten, ze zijn niet haatdragend.

Hebben zij een vooroordeel tegen iemand, dan kunnen zij het gemakkelijk weer opgeven. Ze zijn spoedig met iemand ingenomen, of ze vinden iemand bij den eersten aanblik onsympathiek, maar hun oordeel kan gemakkelijk weer omslaan. Ze hebben snel een idee over iets, maar die idee zijn ze ook zoo weer kwijt vaak. Ze laten zich ook gemakkelijk bepraten wanneer ze eenmaal een plan of gedachte hadden. Ze zijn niet de menschen van een systeem, ze passen ook niet in een partijverband, want ze zijn er te bewegelijk, te wisselend voor.

Meest zijn zij minder begaafd voor abstract, logisch denken, ze hebben ook weinig zin voor studie. Het schoone van een zuiver betoog, de majesteit van de wording van het eene begrip uit het andere, ontgaat hun, omdat ze de verschillende gedachten meer één voor één in zich opnemen, als losse maximen. Ze hebben niet het perspectief in een logische uiteenzetting. Daarentegen zijn ze vaak artistiek niet onbegaafd. Zin voor humor, vooral voor geestige woorspelingen, kwinkslagen, hebben zij menigmaal in sterke mate. Ze zijn meest hartelijk in den omgang, niet gierig of achterdochtig. Ge kunt gemakkelijk hun hart winnen, ze zijn open in hun optreden.

Doordat zich in hun daden vaak slechts weinig van hun karakter openbaart, is het soms zeer moeilijk hen beter te leeren kennen. Telkens meent ge ze te hebben, maar het volgend moment kan alle gedachten weer omver gooien en een geheel nieuw beeld ontwerpen. Meestal weten zij zelf ook maar weinig van hun zieleleven af, ze missen de wezenlijke belangstelling voor een diepere zelfbeschouwing.

Zij staan als het ware eiken morgen als nieuwe menschen op. Ieder oogenblik heeft een intense glans voor hen, ze laten zich erdoor aangriipen met alle kracht.

Al deze eigenschappen houden min of meer verband met een weinig ontwikkelde secundaire functie. Natuurlijk behoeven ze niet alle direct merkbaar te worden aangetroffen. Ze kunnen immers door allerlei factoren omgebogen zijn, of zelfs geheel overschaduwd worden. Ook kunnen zich in een persoon sommige van deze eigenschappen voordoen zonder dat wij daaruit mogen concludeeren tot een weinig ontwikkelde secundaire functie. In al dergelijke beoordeelingen past ons groote voorzichtigheid. Vooral stelle men zich telkens de vraag, of die eigenschap niet het gevolg van andere verschijnselen wezen kan. Niettemin is het niet moeilijk in te zien dat al deze verschillende eigenschappen met den aard der secundaire functie samenhangen.

Bij den overwegend secundair functioneerende is natuurlijk alles anders. Daar doet zich juist het verleden ieder oogenblik gelden. Het is er nooit weg, maar altijd actief.

Daardoor zijn deze naturen meer peinzend en hebben zij vaak ook meer neiging tot somberheid. Het zijn de menschen van de gedachte, maar te groote voorzichtigheid belemmert hen veelal om tot een daad te komen Doen ze evenwel een daad, dan kunt ge er van op aan dat ze haar doen

Sluiten