Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo scherp meer. Het is gebleken dat zich hier veel meer variëteiten voordoen dan in dit schema eigenlijk uitkomt. Vandaar dan ook dat men het in dezen simpelen vorm heeft losgelaten. Ernst Meumann maakt vooral onderscheid tusschen twee hoofdklassen, die menschen die vooral in beelden van dingen denken, en anderen die vooral woorden reproduceeren. Een derde type is dan gemengd, denkt zoowel in voorstellingen als in woorden. Elk van deze drie hoofdklassen kent dan weer vier verdere nuanceeringen. Langs dezen weg komt Meumann tot een twaalftal typen die vrij nauwkeurig tegenover elkander zijn te begrenzen. Aangezien ons dit schema nog het meest waarschijnlijk voorkomt, laten wij het hieronder volgen:

I. Type dat zich onderscheidt door de voorstelling van dingen.

A. zuivere typen:

a. visueele type.

b. auditieve type.

c. tactiel-motorische type (vooral tast- en kinaesth. gewaarw.).

d. type dat in andere voorstellingsklassen denkt.

B. gemengde typen (bij wie geen klasse van gewaarwording in het voorstellingsleven geheel ontbreekt, maar alleen de eene klasse veelvuldiger voorkomt dan de andere).

C. onvolkomen typen (bij wie sommige klassen geheel ontbreken).

D. combinatietypen, wier eigenaardigheid ligt in de wijze van samenwerken van de verschillende soorten.

II. Type dat zich onderscheidt door de voorstelling van woorden.

A. zuivere typen:

a. ziet geschreven of gedrukte woorden voor zich.

b. hoort klanken van woorden (auditieve type).

c. motorische type (schrijft of spreekt in zichzelf).

B. gemengde typen (zie boven).

C. onvolkomen typen.

D. combinatietypen.

III. Type dat voorstellingen van dingen en woorden combineert.

A. visueele dingvoorstellingen en auditief-motorische woordvoorstellingen (meest voorkomende type).

B. visueele ding-en-woordvoorstellingen.

C. visueele ding- en motorische woordvoorstellingen.

D. verdere minder voorkomende combinaties.

(Zie: E. Meumann. Intelligenz und Wille3. Leipzig 1920. S. 150 f.)

De meeste menschen hebben dus, volgens Meumann, visueele voorstellingen van dingen en acoustisch motorische voorstellingen van woorden. Deze twee gaan in het bewustzijn voortdurend samen.

Naast het experiment is ook de bestudeering van schrijvers, dichters en kunstenaars hier niet zonder beteekenis. Zoo heeft men b.v. vastgesteld dat Schiller meer met gehoorvoorstellingen werkt (dus acoustischer is) dan Goethe, en zelfs veel acoustischer dan Shakespeare is. Allerlei nuances

Sluiten