is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding in de zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allerlei vóór. Ze hebben een natuurlijke neiging zich te onttrekken; ze verheugen zich doorgaans over een benijdenswaardigen speurzin tot het vinden van compensatie op een terrein, waar ze wel succes kunnen oogsten; ze beschikken over een aangeboren, avontuurlijken drang, het onbekende te overwinnen, heldhaftig op wat nieuw is los te trekken — en „last not least": één enkel succesje, één kleine, goed geplaatste aanmoediging doet ze een stroom van drukkend leed vergeten; veerkrachtig jubelen ze dan op en schudden de narigheid van zich, zooals de uit de sloot gekropen poedel het water.

Kinderen hebben niet alleen veel vóór op bovenbedoelde patiënten, ook vergeleken bij normale volwassenen verkeeren ze in een bevoorrechte positie. Menschen op leeftijd weten maar al te zeer, hoe wisseling van werkking, overplaatsing, verandering van werkwijze of beroep, kortom: hoe het zich geplaatst zien voor nieuwe, te zware, resp. onoplosbare taken een sombere gemoedsstemming kunnen meebrengen. Ze kunnen dan wel eens jaloersch zijn op de veerkracht, de veroveringslust, den drang naar het nieuwe, op de poedelnatuur van kinderen.

AFFECTEN.

Stemmingen vervullen het gemoed, affecten overrompelen het. Ja, ze occupeeren het organisme met het zieleleven zoodanig, dat van de bewuste, van het ik uitgaande directie, soms niets meer overblijft. Men kan niet de bewering volhouden, dat affecten louter quantitatieve uitbreidingen van gewone gevoelens zouden zijn, hoezeer deze onder omstandigheden tot een affect kunnen leiden. Evenmin zijn het eenvoudige gemoedsbewegingen, emoties in gewonen zin. Affecten zijn plotselinge, algemeene, vitale reacties van het totale organisme. Gewone gemoedsbewegingen missen het schok-achtige, het teugellooze, de motorische en nerveuze spanning. Gemoedsbewegingen dragen wij mee, affecten voeren ons mee.

Ook hartstochten zijn van affecten wel te onderscheiden. De wijsgeer Kant zei: „Een hartstocht is een ziekte, een affect is een roes". Beide zijn onbezonnen door hun teugelloosheid, door het zich onttrekken aan de bewuste, centrale leiding. Werkt de eerste chronisch, de laatste is acuut. Hartstochten zijn niet plotselinge, vitale reacties; eigenlijk ook niet in de eerste plaats gevoelens, doch strevingen, welke gevoelens produceeren. Als strevingen zijn ze duidelijk op een object gericht. In woorden als drankzucht, speelzucht, geld- en eerzucht komen het intentioneele, het ziekelijke en het chronische der hartstochten tegelijk tot uitdrukking.

Gewoonlijk onderscheidt men de sthenische van de asthenische affecten (sthenos = kracht). De eerste doen de psychische activiteit in hooge mate toenemen: uitbundige vreugde, toorn; de laatste werken verlammend: ontzetting, schrik, diepe schaamte, angstaanval. Somatische processen: ademhaling, bloedsomloop, klierafscheiding, viscerale werkzaamheid (visceralis = tot de ingewanden behoorend), spanning der spieren e.d. ondergaan direct een krachtige, hetzij positieve, hetzij negatieve inwerking.

Neigen over 't geheel gevoelens er meestal toe zich te verschuilen, affecten moeten zich uiten. De vertoornde moet razen en gesticuleeren, de woeZielkunde ..