Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstellingen bij onze kerkelijke historieschrijvers de rondte doen over het te loor gaan der authentieke Post-acta,- en bij een uitgave van den authentieken tekst de vraag dus eerst dient behandeld te worden, hoe deze tekst in het Latijn en Hollandscli tot ons kwam. Het spreekt wel van zelf, dat de historie der Post-acta zoo nauw verbonden is met die der Acta en der autographa der Synode in het algemeen, dat beide te scheiden niet doenlijk was, waarom ik de geschiedenis , van de geheele Dordtsche nalatenschap gezamenlijk heb behandeld. Trouwens het recht daartoe ligt in de Post-acta zelf, want al wat met betrekking tot de uitgave van de Acta der Synode, de verzameling van haar autographa enz. door de Revisores is geschied, was niet anders dan uitvoering van den last door de Synode tijdens de nazittingen gegeven, en raakte dus rechtstreeks mijn onderwerp.

Na de Post-acta laat ik twee hoofdstukken volgen over onderwerpen, die evenzeer ten nauwste met de Post-acta saamhangen, maar te belangrijk waren, om in een aanteekening op de Post-acta te worden afgedaan. Het eerste onderwerp is de revisie van den tekst der Confessie en dien der Liturgische geschriften. Vooral met het oog op de nieuwe, en nu voor het eerst accurate, uitgave van de Belijdenisschriften en Liturgische formulieren, door Dr. F. L. Rutgers bezorgd, waaraan ik mede heb mogen arbeiden, was het van belang dit punt uitvoeriger te behandelen. Daardoor werd dan tegelijk aan het meer ontwikkeld publiek een rechtvaardiging van deze uitgave geboden. Het tweede onderwerp raakt de gravamina, door de verschillende Provinciale Synodes te Dordrecht ingediend, en wier kennis, tot recht verstand van hetgeen op de Synode behandeld werd, onmisbaar is.

Ten slotte breng ik mijn hartelijken dank aan den Archivaris van het Rijksarchief te 's-Gravenhage, van het Provinciaal archief te Leeuwarden en van het Gemeentearchief te Dordrecht; aan den Secretaris van de Synodale Commissie der Xed. Hervormde Kerk, aan het Provinciaal Kerkbestuur van Utrecht en het Classicaal Bestuur van Franeker voor de welwillendheid, waarmede de verschillende Rijks- en kerkelijke Archieven voor mij

Sluiten