is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die met de Synode in verband stonden. Enkele dezer brieven zijn afzonderlijk uitgegeven, zooals :

a. Copie van sekeren Brief uyt Dordrecht. Van een goet Patriot, Aen een Liefhebber gheschreven, waerin verhaelt wordt 't ghene op de inleydinghe van het Nationale Synode binnen Dordrecht ghehouden, den 13 Novembris 1618 ende op naervolgende daghen is ghepasseert, 1618 (Rogge, Catal. I, 2, p. 49).

Deze Brief is geteekend D. P. D. B. en is blijkbaar afkomstig van een Contraremonstrant. Omtrent de opening der Synode staan er enkele bijzonderheden in.

b. Brief van Carolus Niellius aan Jean Augustijn, betreffende de Synode te Dordrecht in 1618 en 1619.

Deze brief is geschreven 15 Februari; hij werd gericht aan J. Wtenbogaert (Sepp, Bibl. van Ned. Kerkgesch. p. 309). J. H. Halbertsma drukte dezen brief af in de Vaderl. Letteroef. van 1828. Een afzonderlijke afdruk bevindt zich in de Prov. Bibl. te Leeuwarden.

c. Epistola Breytingeri de rebus in Synodo actis in de Bibl. Bremensi, 17 19, Cl. III, p. 574—580.

d. Een brief van de Zwits. afgevaardigden in de Vad. Bibliotheek, 1778, Deel 6, St. 2, pag. 208.

Andere brieven vindt men in de bekende brievenverzamelingen, als:

e. Brieven van verscheyde Vermaerde ende Geleerde Mannen deser eeuwe, bij Jac. Rieuwertsz te Amst. 1662 (uitgegeven door G. Brandt; zie Rogge, Catal. I, 1, p. 173).

f. Praestant. ac erudit. virorum epistolae, uitgegeven door Ph. a Limborch in 1660, waarvan in 1684 een tweede en in 1702 een derde, telkens vermeerderde, druk verscheen (Rogge, Catal. I, 1, p. 52).

In deze beide brievenverzamelingen vindt men de brieven van de bekende leiders der Remonstranten uit die dagen.

g. H. C. Rogge, Brieven en onuitgegeven stukken van Joh. Wtenbogaert. (Werken van het Historisch Genootschap te Utrecht, N. S. No. 12).

Terecht klaagt Rogge, dat de Contraremonstranten zoo weinig