Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22. G. Hasselt, De Synode van Dordrecht. Geldersch Maandwerk, I, 51.

23. C. P. Hofstede de Groot, Zijn de Remonstranten op de Synode van Dordrecht te recht veroordeeld? Tijdspiegel, 1881, Dl. III, p. 113 en verv.

24. A. Schweizer, Die Dordrechter Synode und die Apocryphen. Zeitschr. für Hist. Theol. 1854, p. 645.

§ 2. Geschiedenis der Acta.

De Dordtsche Synode benoemde in haar 2e sessie twee scriba's of actuarii, nl. Sebastianus Damman en Festus Hommius, die de acta der Synode zouden notuleeren x). Hoe deze beide scriba's hun taak verdeeld hebben, weten wij niet precies, maar vermoedelijk geschiedde het aldus, dat beiden tijdens de vergadering korte aanteekeningen maakten van hetgeen behandeld werd, en daarna Festus Hommius uit deze aanteekeningen de Acta concipieerde 2). Deze concept-acta werden vervolgens aan de Synode voorgelezen, soms hier en daar gewijzigd en daarna goedgekeurd. Dit definitief goedkeuren of, gelijk men het destijds noemde, „resumeeren" der Acta geschiedde echter niet altijd in de volgende zitting; soms verliepen er weken, ja zelfs maanden, eer de acta gelezen werden, omdat de beide scriba's, met allerlei anderen arbeid overladen, geen tijd hadden kunnen vinden om de acta terstond „in het net te stellen" 3). De laatste resumptie der acta vond plaats in de 17 ge sessie, vlak voor het scheiden der Synode. Deze officieel geijkte acta werden, na afloop der synode, door Hommius

") Acta Synodi Nat. p. 10. Het weinige, wat tot dusverre omtrent de redactie en uitgave der Acta bekend was, vindt men bij Brandt, Hist. der Ref. IY, p. 85 88; Heringa, Twistzaak van Maccovius, Archief voor Kerkel. Gesch. III, p. 657—664; en dezelfde, Nederlandsche Bijbelvertaling, 1. c. V, p. 131 —133 ; Ypeij en Dermout, Gesch. der Ned. Herv. kerk, II, p. 174 (aant.) en Glasius, Gesch. der Nat. Synode, II, p. 3 en 5 noot.

") Althans van Hommius weet men zeker, dat hij zulke „korte aanteekeningen gemaakt heeft; in het midden der 17e eeuw waren ze nog in Friesland (zie pag. 84 en vv.). Dat de Acta door Hommius waren gesteld en geschreven blijkt uit sessio 177, waar zij genoemd worden „diarium Synodi conscriptum a scriba Festo Hommio."

') Nulliteyten des Nat. Synodi, 1622, t. I, p. 60. Zie hierover pag. 52 noot 2.

Sluiten