Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onafgedaan — sloot deze laatste Synode der Gereformeerde Kerken in Nederland den 29 Mei 1619 hare zittingen met een openlijke dankzegging aan God.

\ oor de kennis van hetgeen gedurende deze nazittingen behandeld werd, staan ons in hoofdzaak alleen ten dienste de officieele Acta, gewoonlijk kortweg de Post-acta genaamd, een bron, die wel de officieele besluiten, maar natuurlijk niet de beraadslagingen, aan die besluiten voorafgegaan, ons kennen doet x). Het rijke archief van de Synode te 's Gravenhage levert, gelijk mij bij nauwkeurig onderzoek bleek, voor de nazittingen zoo goed als niets op 2). Terwijl alle schriftelijke judicia van de colleges, op de Generale Synode uitgebracht, met minutieuse zorgvuldigheid onder de autographa zijn bewaard gebleven, zijn de judicia der nazittingen spoorloos verdwenen. Zelfs het oorspronkelijke handschrift, waarin de correcties, op de Confessie gemaakt, aangeteekend stonden, is, gelijk reeds vroeger bleek, niet meer te vinden.

Ook wat de berichten betreft van ooggetuigen, zijn wij voor de Post-acta zeer schaars voorzien. De uitheemsche afgevaardigden, wier brieven zoo dikwijls een blik doen slaan in hetgeen achter de coulissen behandeld werd, waren vertrokken. De Remonstranten, die in de publieke zittingen met gespannen aandacht alles opteekenden, wat hun van belang voorkwam om de Synode te discrediteeren, werden bij de nazittingen niet toego laten 3). En van de inheemsche leden der Synode, staan alleen

) In de Acta Contracta of de Historica Narratio van Damman wordt, gelijk vroeger bleek p. 54, over de nazittingen niet gehandeld.

1 W at er gevonden wordt zooals de gravamina, de adviezen der buitenlandsche godgeleerden over Art. XXII der Confessie enz., deel ik later mede. Voorts bevindt zich m het Archief nog een gedrukt exemplaar der Hollandsche Post-acta (Cat. van het O. Syn. Archief, I, 6, 62) en een geschreven exemplaar van de Holl. Post-acta {Cat. van het O. S. Archief, XV, 103).

3) Poppiüs in zijne Aenteykeningen of Historisch verhael zwijgt dan ook geheel over nazittingen, Dwinglo in zijn Historisch verhael geeft enkele bijzonderheden over de eerste en laatste sessie, voorzoover deze publiek waren; terwijl de Nulliteyten, 1622, II, p. 112 en vv. alleen eenige aanmerkingen bevatten op de kerkenordening endeonderteekenmgsformulieren. Het schijnt, dat de geheimhouding gedurende de nazittingen door de leden trouw is in acht genomen. De schrijver der Nulliteyten klaagt althans, dat hij van de besluiten, toen genomen, niets wist (II, p. 117).

7

Sluiten