is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Cornelis van Hillen vervaardigd, was een particulier geschrift, dat geen het minste kerkelijke gezag had 1), en het gebed bij de begrafenis, dat in de liturgie van Datheen stond, was door de Synode van Middelburg in 1581 uit de liturgie geschrapt2), zoodat de Zeeuwsche Commissie volkomen recht had met deze beide weg te laten. Trouwens wie deze uitgave vergelijkt met al de vroegere edities der liturgie zal den lof beamen, die van alle zijden aan deze „standaardeditie" is geschonken.

Het eenige, wat aan deze editie ontbrak, was de kerkelijke goedkeuring. Bij de uitgave der Confessie kon gemeld worden, dat zij geschied was op last der Synode, bij de uitgave der liturgie moest daarvan worden gezwegen. Het is de Synode van Dordrecht, die haar deze kerkelijke sanctie heeft geschonken, en daarmede de kroon op den arbeid der Zeeuwsche broederen heeft gezet.

Wat de Post-Acta desaangaande melden is zeer sommier en het journaal van Heyngius laat ons bij de revisie der liturgie geheel in den steek. Door een gelukkig toeval bezitten wij echter de oorspronkelijke aanteekeningen van Hommius zelf over dit punt en deze, hoe kort ook, verspreiden toch eenig meerder licht3). In de 174e zitting, dus juist nadat in de voorgaande zitting de tekst der Confessie, zooals die in de Zeeuwsche uitgave voorkwam, met enkele correcties was goedgekeurd, heeft de Synode een Commissie benoemd, bestaande uit Polyander, Lydius, Udemannus en Stephanus om ook de liturgie te revideeren. Toen deze Commissie in de 178e zitting rapport zou uitbrengen, bleek, dat de tijd te kort was (de Synode zou den volgenden dag sluiten), om de revisie der liturgie nog ter hand te nemen. De Synode besloot daarom, deze zaak verder over te laten aan de Commissie, die reeds benoemd was om de Acta Contracta goed

*) Mensinga, 1. c. p. 66 en vv. en de opstellen van Prof. J. I. Doedes in de Stemmen voor Waarheid en Vrede, 1873 en in het Archief voor Ned. Kerkgesch., II, p. 119 en v.v.

2) Rutgers, 1. c. p. 446. Tot 1619 werd dit gebed nog in de meeste uitgaven der liturgie overgenomen.

8) Zie over deze aanteekeningen pag. 84 en v v.