is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden der gemeente van Christus niet te pas. Indien de kerk van Christus heeft uit te gaan van de onderstelling, dat de leden der gemeente ware geloovigen zijn, dan gaat het niet aan, hen als onbekeerden en ongeloovigen toe te spreken, en tot geloof en bekeering te vermanen. Het eene, zoo meent men, sluit het andere uit. Als Paulus aan de gemeente van Efeze schrijft: «Daarom gedenkt, dat gij die eertijds heidenen waart in het vleesch, dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld; maar nu in Christus Jezus zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. Zoo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenooten Gods,» (Efeze 2 : 11,12, 13, 19), — dan mag men diezelfde leden der gemeente, van wie dit heerlijke getuigenis gegeven wordt, toch niet alsof ze nog vervreemd waren van God, en zonder Christus in de wereld stonden, tot geloof en bekeering roepen. Wie dat doet tast het karakter der gemeente aan, maakt het genadeverbond krachteloos, vervalt in de fout van het methodisme en verwart de zendingsprediking onder de heidenenen met de bediening des Woords in het midden der gemeente.

Nu willen we den ernst dezer bedenking niet onderschatten. Voor zoover ze zich richt tegen de methodistische bekeeringsprediking, is ze zelfs volkomen op haar plaats. Het gaat niet aan, dat een Kerk die bij den doop van elk kindeke belijdt, dat onze kinderen in Christus geheiligd zijn, en als erfgenamen van het Rijk Gods moeten worden opgevoed, straks in de prediking deze verbondsgedachte geheel wegwerpt en al deze zelfde kinderen toespreekt als stonden ze nog buiten Christus. En evenmin is het geoorloofd, dat een Kerk, die bij de toelating tot het Heilig Avondmaal van al hare volwassen leden de verklaring eischt, dat ze werkelijk in Christus gelooven, straks in de prediking diezelfde gemeenteleden aanspreekt als waren ze heidenen, die nog tot Christus moeten gebracht worden.

Daarbij komt, dat deze methodistische prediking niet alleen met het genadeverbond niet rekent, maar ook veel te eenzijdig op de éene acte der bekeering allen nadruk laat vallen, daarin heel het leven des geloofs aamtrekt, veel te weinig oog heeft