Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Dien Goddelijken naam!) zich eigende en onteerde •

Toen Monen op de Taal, en Pels de maat regeerde.' Een valsche netheid won, gebootst naar Franschen trant, Op Hollands Pindus veld, en kluisterde 't verstand. Ach, Vondels grootheid was verloren, Poot vergeten ! Men draafde in stijven tred aan Frankrijks gladde keten, ün koude Redekunst, in angstig rijm gekneld,

Nam eer en eerplaats in van Dicht- en Lauwerheld. 1)

De eerste groote verdienste van Bilderdijk als Dichter bestond aann, dat hij, evenals Goethe, de poëzie van de heerschappij van het koude rationalisme bevrijdde, aan de verstandelijke regelen en wetten de gehoorzaamheid opzei, en de vrijheid, de zelfstandigheid, de oorspronkelijkheid der dichtkunst herwon. Voor de dichters van zijn tijd koesterde hij, behalve voor de eenige de Lannoy, geringe sympathie. Des te meer voelde hij zich door de klassieken! inzonderheid door Homerus en Pindarus aangetrokken ; een nieuwe geest dreef hem in het stoute spoor der Grieken ; de oudheid werd zijn lust en leven, door haar werd zijn dicht bezield haar na te streven was zijn glorie. Maar behalve door de klassieken werd hij als dichter ook gevormd door Vondel en Hooft, door ats en Poot, door den Bijbel en daarin vooral weer door Davids harp. Evenals Goethe en Schiller, was ook Bilderdijk van meening, dat genie inspanning, studie, onderzoek niet uitsloot. In de voorrede van Kallimackus' Lofzangen zegt hij, dat de vertaling en aankomenden dichter nuttig is, om zich eene zoodanige buigzaamheid van stijl en uitdrukking te verkrijgen, als hij niet ontberen kan. Zij moet hem dienen, om de eigenlijke kracht en vatbaarheid van de taal, waar hij in schrijven wil, te leeren kennen. In zijn eersten tijd had hij somwijlen twintig- en meer malen een zelfde stuk uit de oudheid in Hollandsche verzen vertaald, niet om poëet te worden, want dit maakt ons geen vlijt of arbeidzaamheid, maar om 't werktuig, waarvan hij zich als poeet bedienen moest, meester te worden, en dit niet over z en de stoffen zijner bewerking te laten heerschen. 2) Door

1) Dichtw. IX 112. VII 72

2} J!l?htw- XV 134. In de Taal- en Dichtk. Versch. I 4 5 maakt Bilderdijk nog onderscheid tusschen Poëzie en Dichtkunst Poëzv iïdoor S T/hlë6T d6 k"nst door de wetenschap, die haar tengroïdlS

n/nhtt t6 Ze 18 de ku«st, die zichzelve niet bewust is'

Dichtkunst daartegen, is Poëzy, maar door waarneming gevestigd

Sluiten