is toegevoegd aan uw favorieten.

Bilderdijk als denker en dichter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar met den Koning der koningen, voor ons land en volk gemaakt te hebben, dan mogen wij dit niet als een ijdele woordenpraal aanmerken. Daar is inderdaad sedert dien tijd eene bijzondere betrekking van ons vaderland tot God, welke zich in duizend gevallen van bezoekingen en van reddingen getoond heeft. God mag de God van Nederland heeten ; meer dan eens heeft Hij ten onzen behoud van die mirakelen gedaan, die men alleen in een land van Zijn welbehagen stellen kan 1). In ons vaderland heeft men de wapenen voor de kerk opgevat en erkende men zich in de kerk te zijn en te strijden. Het is de kerk geweest, die hier te lande den staat gevormd heeft en hem bleef uitmaken 2).

Toch was er ook in ons vaderland geen recht denkbeeld van Christus' macht in hemel en op aarde. Welhaast gedroegen zich de Staten als boven de kerk. En eindelijk kwam het zoover, dat, terwijl de staatsregenten tot nog toe een deel der kerk hadden uitgemaakt en dit het radicaal van het politiek gezag was geweest, de kerk thans van den staat afgescheiden en daarmede aan Onchristenen, Joden en alwat buiten haar is, onderworpen werd 3). In de scheiding van kerk en staat zag Bilderdijk een goddeloos beginsel, en hij achtte ze hier te lande te gruwelijker, omdat onze staat aan de kerk hangt, door de kerk en als bloote omkleeding der kerk gesticht is 4). Hij koesterde deze overtuiging zeker ook al in 1795, toen hij weigerde den eed af te leggen op de verklaring van de onvervreemdbare rechten van den mensch en den burger. Maar later werd ze door de gebeurtenissen versterkt en nog veel krasser dan vroeger uitgesproken. Langen tijd toch hoopte Bilderdijk nog op een herstel van den ouden toestand. In Napoleon zag hij den zoon, maar eerde hij ook den bedwinger der revolutie, den temmer van 't geweld, die aan het monster des schrikbewinds den laatsten doodsteek gaf en met eenen wenk de maatschappelijke orde herstelde 5). In Lodewijk begroette hij met vreugde den redder van ons volksbestaan 6). Getrouwheid aan zijn troon scheen hem plicht toe van vaderlandsliefde 7). Onder de dankbare vereering van Lodewijk vergeet zijn hart de liefde tot Oranje niet; de oprechte Batavier moge

1, Brieven II 42. 2) Opstellen II 46, 107, 108. 3) Opstellen II 108. 4) Brieven V 96. 5) Dichtw. IX 8, 17, 102, 239, 491. 6) Dichtw. IX 22, 26, 95, 97. 7) Dichtw. IX 95.