Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door haar lieten zelfs de nuchterste geesten zich bekoren en meesleepen ; voor het eigen volk en vaderland gevoelde men weinig of niets. Maar Bilderdijk was Amsterdammer, was Nederlander ; hij bleef het ook in het buitenland ; hij was een hartstochtelijk minnaar van de Nederlandsche taal en van de Nederlandsche natie, een warm aanhanger van der jeugd af van de stadhouderlijke partij en van het huis van Oranje.

De reden van deze echte, warme Oranje- en vaderlandsliefde is bij Bilderdijk niet ver te zoeken. Yoor hem was de taal iets meer dan de vrucht van conventie of een toevallige ontwikkeling van dierlijke kreten, en een volk nog iets anders dan een hoop zielen op een stuk grond. Hij zag in de taal eene gave Gods, uiting van de ziel eens volks, de bewaardster bovenal van de edelste schatten en goederen, door God aan een volk toebetrouwd : met de taal verdwijnt het volk, de gave die er aan geschonken is, de bestemming, waartoe het geroepen is. Het kost

hoegenaamd geen moeite, den spot te drijven met de enghartigheid,

waarmede Bilderdijk over andere volken en talen, met name over het Fransch, oordeelde. Maar men dient zich dan toe vooraf rekenschap te geven van den diepen zin, welken hij aan eene taal en aan een volk hechtte. Als de Nederlandsche natie en de Nederlandsche taal te gronde gaat, dan gaat er volgens Bilderdijk een schat van godsdienst en zedelijkheid verloren, dan loopt dat op eene geestelijke verarming der menschheid uit 1). Nederland heeft, als Israël weleer, naar zijne overtuiging een eigen plaats en taak, een eigen gave en bestemming van God ontvangen. En daarom was hij vaderlander in merg en been, en werd hij zoowel voor kosmopolitisme als voor chauvinisme en jingoisme behoed ; twee gevaren, die altijd dreigen, als de Goddelijke bestemming der volken miskend en verworpen wordt.

Voorts onderscheidt zich Bilderdijk van zijne bovengenoemde geestverwanten nog scherper door de houding, welke hij tegenover de Fransche Revolutie aanneemt. Da Costa heeft een schoone vergelijking tusschen Bilderdijk en Goethe gemaakt. En het ontbreekt tusschen beide mannen niet aan treffende punten van overeenkomst. Beiden waren denkers en dichters, beiden hebben een koninklijk universalisme ten toon gespreid, beiden zijn kenners van

1) Aan de Roomsch-Katholyken dezer dagen, bl. 8 11.

Sluiten