is toegevoegd aan uw favorieten.

Paedagogische beginselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

parochie eene school voor de kinderen moest opgericht worden. Het derde concilie te Constantinopel 681, legde aan de priesters den plicht op, om in de verschillende plaatsen van hunne parochie, „per villas et vicos'', voor elementair onderwijs te zorgen. En Karei de Groote en Alfred de Groote bevorderden dit onderwijs in de parochiescholen door verschillende maatregelen. Bij deze parochiescholen kwamen, vooral door en na Benedictus van Nursia, de kloosterscholen; dan, na de opkomst van den vrijen burgerstand, de stadsscholen; en eindelijk ook nog de bijscholen (winkel-, vrijeof particuliere scholen), die door geestelijken, monniken, studenten enz. werden opgericht vooral ten dienste van die ouders, welke voor hunne kinderen, met het oog op hun toekomst, een uitgebreider onderwijs verlangden. Lagere scholen voor de kinderen waren dus reeds vóór de Reformatie over vele Christelijke landen verbreid.

Maar op al deze scholen werd eigenlijk niet veel meer dan godsdienstonderwijs gegeven. Van elementair, van volksonderwijs, gelijk wij dat thans kennen, had men in de Middeleeuwen weinig begrip. Zoodra het onderwijs boven dat in den godsdienst uitging, was het voorbereiding, niet voor het practische leven, maar voor studie en wetenschap. Wie lezen en schrijven leerde, leerde ook latijn en was voor de wetenschappelijke loopbaan bestemd. Eene eigenlijke school zonder latijn was schier niet te denken; ze kwam eerst langzamerhand met den vrijen burgerstand op. Dit is geen bewijs voor de achterlijkheid der Middeleeuwen, want lezen en schrijven was toen voor het volk ook niet noodig; boeken bestonden nog niet; handschriften waren duur; en de arbeid in beroep en bedrijf rustte op ervaring en werd in de practijk geleerd. Het onderwijs voor de kinderen des volks bestond dus vanzelf alleen of bijna alleen in godsdienstonderwijs en was om die reden ook eene zaak der kerk. Het werd gegeven door den parochus zeiven, of onder zijn toezicht en leiding door anderen, door toekomstige geestelijken, door kerkendienaars in het algemeen. Vooral ook door kosters.

33. Tegen het einde der Middeleeuwen raakte dit onderwijs zeer in verval. En met de reformatie der kerk nam de Hervorming ook die der scholen ter hand. De Hervorming heeft niet, gelijk wel eens in overdrijving beweerd is, het volksonderwijs in het leven geroepen, maar zij heeft het toch uit het verval opgebeurd, krachtig