Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

volkomenheid en het geluk van anderen, dat is de hoogste plicht. Het eigen geluk kan reeds daarom geen eisch der zedewet zijn, aangezien de mensch vanzelf daarnaar streeft; de volkomenheid van een ander evenmin, aangezien hiervoor ieder slechts in eigen persoon zorgen kan.

Dit alles moet ons tot de slotsom leiden, dat de zedelijke mensch vrij is in den hoogsten zin des woords. Want juist de vrijheid is, gelijk wij reeds opmerkten, voorwaarde tot de mogelijkheid van het zedelijke. Ware de mensch niet vrij maar gedetermineerd door empirische wetten, dan zou hij een automaat wezen en een geestelijke automaat is evenzeer een ledepop als een stoffelijke. Vrijheid is absolute spontaneiteit om uit zichzelf een handeling aan te vangen en dat naar de „Kausalitat der Freiheit".

Deze causaliteit der vrijheid, die de „Kritik der reinen Vernunft" nog slechts problematisch stelde tegenover de empirische, die voor de wereld der verschijnselen geldt, vindt nu in de practische rede hare bevestiging. Immers, de zedewet gebiedt onvoorwaardelijk. Zij vraagt niet naar neiging noch omstandigheid, daarom moet hare vervulling (hoe onmogelijk die ook schijne voor de zinnelijke wereld) mogelijk wezen door den vrijen wil, dat is de wil, die zich door de zedewet absoluut laat bepalen. ,,Gij kunt, want gij moet! De zedewet eischt „Du solist", het zedelijk besef valt dezen imperatief bij. Uit dit feit van het moeten besluiten wij tot het kunnen, besluiten wij tot de vrijheid.

De vrijheid moge dan wederom onbewijsbaar zijn voor het verstand; het verstand heerscht slechts in de betrekkelijke wereld der verschijnselen. Maar de zedewet is de onvoorwaardelijke en juist daarom onbewijsbaar, daarom onaantastbaar. Wat bewezen wordt is relatief, wat eischt als de zedewet is absoluut. De practische rede heeft bovendien als hooger vermogen ook de bevoegdheid om van het verstand te eischen, dat het zekere stellingen, die met hetgeen geschieden moet nauw verbonden zijn, late gelden, voor zoover ze geen tegenstrijdigheid in zich bevatten.

Sluiten