Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6

genoemden sluier van den tijd slechts in zijn opeenvolgende, afzonderlijke acties kent, niet als geheel „an und für sich".

De wereld was derhalve, naar de voorstelling gezien, een onneembare vesting, binnen wier muren (gevormd door tijd, ruimte en causaliteit) wij niet konden komen. Maar door het innerlijk leven heen hebben wij nu als het ware een loopgraaf gevonden, door welke wij tot in het midden dier vesting kunnen doordringen en haar nemen. Van buiten gezien is de wereld voorstelling en niets dan voorstelling, naar haar innerlijk wezen is ze wil.

Aldus ontdekken wij, dat gelijk wij zelf zoo ook alles, wat bestaat naar zijn innerlijk wezen beweging, onrust, streving, begeerte is en nu blijven de levende wezens van rondom voor ons maar niet figuren op een tooneel (zooals ze naar de voorstelling zijn); neen, nu weten wij, dat ons innerlijk leven hun innerlijk leven, onze begeerten hunne begeerten, onze smarten hunne smarten zijn. Zoo komt SCHOPENHAUER tot de leer van het „Tat twan asi" („dat zijt gij") der Oosterlingen. Deze leer houdt in, dat één wezen (Tat, later „dat") alle verschijnselen draagt, en wij daarom tot ons zelf met betrekking tot alle levende wezens zeggen moeten: dat zijt gij!

De wil, het innerlijkst wezen der wereld, nu blijkt van nature gierige levenshonger. Hij is in altijd durende „Selbstzersetzung" (zelfvertering) begrepen. Botsing en aantrekking in de stoffelijke wereld, verscheuring onder de dieren, haat en nijd onder de menschen, het is alles openbaring van dien éénen, duisteren, zich zelf „bejahenden" wil.

Want de wereld is heerlijk om te zien, schrikkelijk om te zijn. De mensch, die deze wereld als een „Guckkasten" beschouwt, hij kan optimist wezen, maar degene, die doordringt tot de onzienlijke wereld van strijd en smart, achter allen schoon en schijn des bewustzijns verborgen, hij weet, dat de wil deze verschijning tot harde werkelijkheid maakt.

Daarom noemt SCHOPENHAUER den wil het allerreëelste, wat er is. Hij moet metaphysisch, d. w. z. achter alle ver-

Sluiten