is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Nu gaan wij over tot de uiteenzetting van zijn stelsel.

Allereerst komt daarbij aan de orde zijn kennis-leer.

De kennis-leer is de wetenschap, die vraagt naar de verhouding tusschen het (menschelijk) bewustzijn en de werkelijke wereld daar buiten, derhalve naar de verhouding tusschen subject en object.

Voor den naieven mensch schijnt dit vragen vrijwel overbodig. Want voor hem spreekt het van zelf, dat het bewustzijn als het ware een spiegel is van datgene, wat het waarneemt. Het zoogenaamde naieve realisme sluit zich hierbij aan. Want dit realisme gaat uit van de onderstelling, dat de wereld in de realiteit, onafhankelijk van het menschelijk bewustzijn, op zich zelf gedacht, gelijke vormen, kleuren, geuren, in één woord alle kwaliteiten bezit, die door dit bewustzijn worden waargenomen. Het naieve realisme leert dus: de roos is rood, de zon is warm, de klank is laag of hoog, onverschillig of er een subject is, dat genoemde kwaliteiten waarneemt, of niet.

Tegenover het naieve realisme staat het kennis-theoretische idealisme. Leerde het eerste, dat het bewustzijn zich gansch en al richt naar de werkelijke wereld en wel aldus, dat alle op zich zelf bestaande eigenschappen dezer wereld door het bewustzijn gereflecteerd worden; het laatste leert, dat veeleer omgekeerd de zoogenaamde „werkelijke wereld", het object, afhankelijk is van den menschelijken geest. En wel aldus: genoemde werkelijke wereld met haar kwaliteiten bestaat als zoodanig slechts in de menschelijke voorstelling. Nimmer kan het menschelijk kennen buiten zijn waarnemingen, voorstellingen en begrippen treden en daarom . de wereld van dingen op zichzelf, de werkelijkheid, onafhankelijk van het menschelijk bewustzijn gedacht, is een onbekend, een ontoegankelijk land. Het „Ding an sich , achter alle verschijning is een „grens-begrip". Want met dit begrip zijn wij gekomen aan de grenzen van het menschelijk kennen.

Bij de uiteenzetting van Kant's gedachten hebben wij over dit kennis-theoretisch idealisme gesproken en gezien, hoe