is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

die van het reëele leven als mede-arbeid aan het objectieve heils-proces. Alle ceremonieele eeredienst, alle cultus heeft daarom slechts in zooverre waarde als hij middel blijkt te wezen om den mensch tot dezen werkelijken Godsdienst van het practische leven op te voeden. Waar het zóóver gekomen is, daar blijft de religie niet als een afgezonderde sfeer naast het gewone, dagelijksche leven staan; maar alle levenskringen zijn dan van den religieusen geest doortrokken en geheiligd. De zichtbare kerk als afzonderlijk instituut wordt derhalve teruggedrongen naar mate de religie het gansche menschelijk leven aldus doortrekt.

De sociale roeping van den tegenwoordigen tijd moet dan voorts hierop zijn gericht, den arbeider tot volle ontwikkeling te brengen zóó, dat hij, uit het juk der kapitaaloverheersching verlost, zijn waardige plaats in de maatschappelijke verhoudingen („freie Assoziation") in kan nemen. Daarbij is het echter een dwaling, tot socialiseering van het eigendom te willen overgaan. De kuituur is het meeste gediend met het particulier bezit.

De geschiedenis houdt in volgens Hartmann (als bij HEGEL) de ontwikkeling van den mensch tot vrijheid, tot ontplooiing van den innerlijken menschelijken aanleg. Aldus komt de mensch tot autonoom bewustzijn van zijn ware zelf, dat niet rust in het empirisch beperkte ik maar in den Absoluten Grond aller wezens. Zoo gaat de menschheid naar haar kuituur-proces in de geschiedenis voort tot het ons bekende negatieve wereld-doel.

Nu verstaan wij, wat Hartmann met zijn „Religion des Geistes" bedoelt. Zij heet autosoterisch, omdat God in het bewuste schepsel, in de menschheid, zich tevens zelf verlost; zij heet autonoom, omdat de zedewet den mensch daarbij niet wordt opgelegd maar geschreven staat op de tafelen des harten; zij heet kosmotragisch, omdat de kosmos, het heelal in de tragiek van de wereld-schepping begrepen is. Ten slotte: „Immanenzreligion des absoluten Geistes" heet ze, aangezien het Goddelijk Wezen zeer zeker