Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

Dichte s idealisme echter wil, gelijk wij zagen, doordringen tot het ik als reëel, als levend subject en als zoodanig leeft het slechts in zijn overtuiging, zijn onmiddellijke verzekerdheid naar den geest. Voor zoover ik overtuigd ben, ben ik niet object onder de objecten, de dingen; maar ben ik het subject van mijn bewustzijns-inhoud, van mijn voorstellingen, ik sta boven haar en haar lot raakt mij niet. Want ik ben als subject niet besloten in mijn object, de vergankelijke natuur.

Ik kan dus niet overtuigd zijn, indien ik niet weet, waarom ik mijn voorstellingen zoo en niet anders verbinden moet, een overtuiging duldt geen onbegrepen waarneming als heerschend element. De gewone beteekenis, aan het woord „overtuiging" gehecht, ziet op het een of andere standpunt, dat men naar aanleiding van hetgeen men waarneemt inneemt. FlCHTE gaat dieper. De wereld der waarneming, het niet-ik is schepping van het ik. In het ik echter staat de onmiddellijke verzekerdheid. Overtuiging en waarheid moeten elkander dekken. Er is slechts één waarheid. Overtuiging is waarheid, die weet, dat ze waar is.

Ik ben mijn overtuiging. Ik ben datgene in mij, wat zich rekenschap geeft van zichzelf. Mijn zijn is een weten, ik ben mijn weten van mij zelf. Ik ben als hoedanig ik mij weet.

Nogmaals wijzen wij er op, dat FlCHTE hier niet blijft staan bij het weten van het individu. Het individueele ik dringt door zijn kern als het ware heen om het metaphysische te vinden. FlCHTE herstelt de metaphysica weder in hare eer. De „Wissenschaftslehre" onderzoekt niet m ij n weten als individueel verschijnsel, aan mijn persoonlijkheid gebonden, maar zij onderzoekt het weten. „Fallen lassend alles besondere und bestimmte Wissen, geht sie aus von dem Wissen schlechtweg in seiner Einheit" (II, 696). Op het standpunt der „Wissenschaftslehre" ken ik dus mijzelf zooals ik in het universeele weten gekend ben. Uitgangspunt is ten slotte het super-individueele in het individu: het

Sluiten