is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benauwdheid heeft hij niet gekend. Van het eerste oogenblik, dat de stem des Meesters hem riep, was hij met bewustheid bereid om te volgen. Hij had gearbeid zoo lang het dag was. Toen voor hem de nacht kwam, liet hij willig den arbeid los, wetende dat hij niet God kon missen, maar God wèl hem. En dat Hij, Die niet laat varen de werken Zijner handen, het voor hem voleindigen zal.

Zijn sterven was in overeenstemming met zijn leven. Uit het geloof, verwarmd door de liefde van Christus.

En zoo is hij in zijn sterven, gelijk in zijn leven, een toonbeeld van Gods souvereine genade en van Zijne wonderlijke macht.

Gods Naam alleen zij groot ook aan het eind van dit leven, dat Hij schonk, dat Hij deed rijke vruchten dragen, dat Hij thans weer van ons nam. „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heer en zij geloofd," want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen."

De heer Idenburg verzocht namens de familie de schare om Dr. Kuyper's lievelingspsalmen aan te heffen, Psalm 89, verzen 7 en 8.

„Hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort".

en

„Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht".

Hoe heeft Dr. Kuyper's volk deze zangen Gods leeren zingen! Machtig golfde het lied en het zweefde tot over de grenzen van Den Haag. En stil, langzaam daalde de kist in de groeve neer, terwijl allen het hoofd ontblootten.

Toen was het oogenblik gekomen waarop de oudste zoon van den overledene, Dr. H. H. Kuyper, het woord nam om een woord van dank uit te spreken. Het was een zacht uitgesproken woord, (wie had het op zulk oogenblik anders verwacht?) dat weldadig aandeed om de kinderlijke liefde die er uit sprak. Hij vertolkte de gevoelens der familie en richtte zich daarbij in de eerste plaats tot den vertegenwoordiger van H. M. de Koningin. Hij verzocht hem den diepgevoelden dank der familie aan Hare Majesteit over te brengen voor de eere zijn vader, die steeds een trouw dienaar der Koningin was geweest, bij zijn begrafenis aangedaan. Het was den kinderen tot troost geweest dit koninklijke bewijs van deelneming in hun rouw te ontvangen. Ook den vertegenwoordiger van H. M. de Koningin Moeder verzocht hij aan Hare Majesteit dank te betuigen van haar belangstelling in deze dagen van smart getoond. Vervolgens sprak hij zijn dank uit aan de Regeering, die bij monde van Minister Heemskerk zoo welsprekende hulde had gebracht aan de verdiensten van zijn vader voor ons land en volk. Hij dankte den heer Colijn, die als tolk was opgetreden van de Antirevolutionaire partij. „Indien het voor mijn vader", zoo zeide hij, „een troost was te weten, dat wanneer hij eenmaal Weg viel, een nieuw geslacht