is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring blijven. Zoo lang er in het Israël van het Westen nog belijdende Christenen zullen wonen, zal zijn naam met eere genoemd en naar zijn werken gevraagd worden. Zoolang er in ons oude Nederland nog strijders onder de Kruisbanier gevonden zullen worden, zal aan dezen

Kruisgezant met liefde gedacht worden

Totdat de eeuwige Koning Zelf zal verschijnen op de wolken des hemels. Dan is er geen bewonderend staren meer naar eenig menschenkind, ook zelfs niet naar grooten als Luther en Calvijn, als Groen van Prinsterer en Kuyper. Dan is er maar één leven, lieven en

loven: Hem, Die op den troon zit en het Lam

)

„Arnhemsche Dagblad" 9 Nov. 1920.

Zacht en kalm is hij gisteravond ontslapen. Dagen lang hebben wij telkens weer het eerst gezocht naar het bericht omtrent zijn toestand en nu is de dood ten venster ingeklommen en heeft op Gods tijd dat rijke leven afgesneden.

De gedachten in ons binnenste vermenigvuldigen zich en het gaat ons schier als den man Gods, die, toen hij Elia zag opvaren, het uitriep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijne ruiteren!

Een groote is heden onder ons gevallen! Een groote, die behoorde aan geheel ons volk. Die dat volk gediend en geleid heeft met al de schitterende talenten hem geschonken. Een groote, die was een held op het terrein van de wetenschap, een reus in de wereld der journalistiek, theoloog en taalgeleerde, staatsman met genialen blik en socioloog in den edelsten zin van het woord.

Een groote, die toch allereerst behoorde aan onze antirevolutionaire partij, die allereerst en allermeest behoorde aan de kleine luyden, wier strijd zijn strijd, wier overwinning zijn glorie was.

Kuyper en het eenvoudige vrome volk waren één door een geestelijken band, gelegd door den grooten Herder.

Kuyper's kracht? Was het zijn machtige kennis, zijn sterk willen, zijn begeesterende welsprekendheid? Zeker ook mede, maar het geheim, de zenuw van zijn kracht, lag in de worsteling van zijn Aaron's en Hur's, lag in de binnenKamer van duizenden stillen in den lande, die dagelijks weer hem droegen door hun smeeking.

Wie Kuyper zoo niet kan zien, zal hem nooit goed zien. Als hij daar stond op de Deputatenvergaderingen, dan begeesterde zijn aanblik heel die schare van ernstige mannen, maar als hij ze op de lippen legde den Calvinistischen strijdpsalm:

„Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht!"

dan trilde er in dien machtigen zang iets van het geloof, dat de wereld overwint. Smalend heeft men wel gesproken van Kuypervergoding. Wij weten ons daar verre van, maar de Kuyper-verguizing