is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats heeft hier wel de kerk van Amsterdam veel aan Dr. Kuyper te danken. Er was te Amsterdam een schare van Gereformeerden, niet groot maar trouw, doch het was een kudde zonder herder.

De Gereformeerden in de Hervormde kerk hadden Dr. Kuyper niet als predikant begeerd, doch hoopten op Ds. Felix. Maar Kuyper kwam, men zag hem, men hoorde de taal van zijn lippen, zijn stem bezielde, zijn genie organiseerde, het Gereformeerde volk had Kuyper en Kuyper had zijn volk gevonden.

Wie zal den invloed teekenen, die van het optreden van Dr. Kuyper te Amsterdam, allereerst op die stad, dan in onze provincie, straks op heel het land is uitgegaan. We schouwen in Dr. Kuyper dan man van God gegeven om te doen zien, dat er voor de Gereformeerde belijdenis ook plaats was in dezen tijd, dat er nog een Gereformeerde kerk kon wezen trouw aan de belijdenis der vaderen en toch geen museumstuk, maar vol van leven. Dat er weer met de Gereformeerden en de Gereformeerde leer en de Gereformeerde Kerk wordt gerekend, is naast God aan Dr. Kuyper te danken.

Op kerkelijk en theologisch gebied is ook de invloed van Dr. Kuyper het zuiverst blijven werken, daar meer dan op eenig ander, heeft hij school gemaakt in dien zin, dat door zijn leerlingen al zijn gedachten zijn overgenomen, heel zijn streven werd gewaardeerd. In die richting zien we ook voor de toekomst den meesten invloed. Daar heeft geen oorlog of revolutie verandering in de beschouwing behoeven of kunnen brengen, daar kunnen wij nakomenden rustig doorwerken in het ons geteekende spoor

In ons hart is weemoed, diepe weemoed, we treuren met oprechte droefheid bij zijn graf, want we hebben hem lief gehad. We kregen hem lief om zijn werk, dat hij ook voor ons deed en we hebben hem lief gehad tot het einde toe.

Toch is er ook vreugde in ons hart, dat de strijder thans rusten mag van den arbeid, rusten bij God. Wij zullen hem eeren door het pad naar het Woord Gods, dat hij ons gewezen heeft, in getrouwheid te bewandelen.

Prof. Dr. F. W. GROSHEIDE.

„Oude Paden" 19 Nov. 1920.

(Rede gehouden op den herdenkingsavond te Meppel 15 Nov. 1920.)

Zoo zijn wij hier dan vereenigd om te gedenken. Niet om menschenwerk, maar om Gods werk te gedenken. Om te gedenken wat Hi] gewrocht heeft met den machtigen geest, dien Hij zelf zoo fijn geïnstrumenteerd had, en dien Hij thans tot hooger leven in Christus' gemeenschap geroepen heeft. Natuurlijk kan ik dit werk Gods niet