is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VARIA.

Aanhalingen uit de rede, uitgesproken in de Vergadering van den Raad der gemeente Maassluis, op den avond van Vrijdag 12 November 1920, ter nagedachtenis van Dr. A. KUYPER, door burgemeester C. P. I. Dommisse.

Vergun mij, Mijne Heeren, alvorens deze zitting verder te leiden, hier een woord te wijden aan de nagedachtenis van een van Neêrland's grootste zonen, die nimmer uit ons vaderlandsch, klassiek, letterkundig, theologisch, wetenschappelijk en staatkundig Panthéon zal verdwijnen, en die het levenslicht in ons eenvoudig stedeke mocht ontvangen.

Hedenmiddag werd op treffende wijze op Oud Eik en Duin ter aarde besteld Dr. Abraham Kuyper, alhier geboren in de oude Pastorie Zuidvliet J 11, den 29 October 1837. Tusschen die geboorte en zijn sterven op Maandag 8 November ligt een rijk, werkzaam, actueel leven. Zij die aandacht hebben geschonken aan wat hij wrocht op staatkundig, wetenschappelijk en theologisch terrein, hebben schier geen oplossing kunnen vinden hoe het mogelijk was, dat één man in staat was zooveel arbeid te doen en zulk een vrucht van studie en onderzoek kon leveren te midden van zooveel beslommeringen die vaak op ander terrein zijn deel waren.

Terecht is dan ook door den Voorzitter der Tweede Kamer, Mr. D. A. P. N. Kooien, opgemerkt, dat herdenken van dezen oud-raadsman der Kroon eereplicht is. Hetzij herdacht als schrijver van theologische werken, of als Hoofdredacteur van de Standaard en Heraut, of als redenaar in en buiten het parlement, steeds zien wij perioden in zijn leven, waarin hij door niemand wordt geëvenaard en door allén efkend als de eerste onder zijns gelijken. Op zijn groote mannen te roemen strekt een volk tot eer.

Ook de Minister-President, Jhr. Ruys de Beerenbrouck, kon niet nalaten namens de Regeering een woord van diepen eerbied en grooten weemoed te uiten. „Van diepen eerbied voor den alzijdigen denker, den schitterenden redenaar, den grooten staatsman en den godvruchtigen mensch." ' •

Als de spreker dit woord van den Minister-President heeft herhaald, Vervólgt hij:

Deze toon, mijne Heeren! wordt alom in den lande gehoord, ook in Maassluis verstaan.

Dr. Schaepman zong eens: