is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 Wee der wereld vanwege hare verleidingen! want het is noodzakelijk, dat er verleidingen komen, maar wee den mensch, door wien de verleiding komt.

8 Doch indien uwe hand of uw voet u ten val zoude brengen, houw hem af en werp hem van u; het is beter tot het leven in te gaan, verminkt of kreupel, dan met twee handen of met twee voeten geworpen te worden in het eeuwige vuur.

9 En indien uw oog u ten val zoude brengen, ruk het uit en werp het van u; het is u beter met één oog tot het leven in te gaan, dan met twee oogen geworpen te worden in de hel van vuur.

7 Wee de wereld om de ergernis. Zeker, het kan wel niet anders, of er moet ergernis komen; maar wee den mens, door wien de ergernis komt.

8 Welnu, zo uw hand of voet u ergert, houw ze af, en werp ze van u weg; want het is beter voor u, verminkt of kreupel het Leven binnen te gaan, dan met twee handen of twee voeten geworpen te worden in het eeuwige vuur.

9 En zo uw oog u ergert, ruk het uit en werp het weg; want het is beter voor u, met één oog het Leven binnen te gaan, dan met twee ogen geworpen te worden in het helse vuur.

Geen kleine geringschatten of laten dwalen.

10 Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen geringschat; want ik zeg u: hunne engelen in den hemel aanschouwen voortdurend het aangezicht mijns Vaders die in de hemelen is.

18 Voorwaar, ik zeg u: al wat gij op de aarde bindt, zal in den hemel gebonden zijn; en al wat gij op de aarde ontbindt, zal in den hemel ontbonden zijn.

10 Zorgt er voor, dat gij geen van deze kleinen gering acht; want Ik zeg u: Hun engelen in de hemel zien altijd het aanschijn van mijn Vader, die in de hemel is.

11 [Want de Mensenzoon is komen redden, wat verloren was.] Mark. 9 : 41—48.

De macht om te vergeven. 18 Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat gij zult binden op aarde, zal ool{ gebonden zijn in de hemel; en alles wat gij ontbinden zult op aarde, zal ook ontbonden zijn in de hemel.

7 Wee der wereld om de verleidingen der zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee dien mens, door wien de verleiding komt.

Mare. 9 : 42. Luc. 17 :1, '2.

8 Indien uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, houw hem af en werp hem weg Het is beter voor u kreupel of lam ten leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.

9 En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog ten leven in te gaan, dan met twee ogen in het hellevuur geworpen te worden.

Mare. 9 : 43—48.

10 Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen i,s.

11 [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden.]

Mare. 9 : 33—37. Luc. 9 : 46—48.

Het verloren schaap.

12 Wat dunkt u ? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en één er van raakt verdwaald, zal hij dan niet de negen en negentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken?

13 En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat éne meer verblijdt dan over de negen en negentig, die niet verdwaald waren.

14 Zó bestaat bij uw Vader, die in de hemelen is, de wil niet dat één dezer kleinen verloren gaat.

Luc. 15 : 4—7.

Zonde van een broeder. Binden en ontbinden. 15 Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.

Luc. 17 : 3.

16 Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op het woord van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Deut. 19 : 5.

17 Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.

18 Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in den hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in den hemel.

Matt. 16 : 19.

12 Wat dunkt u? indien iemand honderd schapen bezit, en één daarvan dwaalt weg, zal hij niet de negen en negentig achterlaten op de bergen en heengaan, om het dwalende te zoeken?

13 En indien het hem gebeurt het te vinden, voorwaar, ik zeg u: hij verblijdt zich over dit eene meer dan over de negen en negentig die niet verdwaald zijn geweest.

14 Alzoo is het niet de wil van uw Vader die in de hemelen is, dat één van deze kleinen zou verloren gaan.

Ootmoedig zoekende liefde. 15 Wanneer dan uw broeder tot zonde vervallen is, ga heen, wijs hem terecht, terwijl gij met hem alleen zijt; indien hij naar u hoort, zoo hebt gij uw broeder gewonnen;

16 maar indien hij niet wil hooren, neem dan nog een of twee met u, opdat op het woord van twee of drie getuigen elke zaak buiten twijfel worde gesteld;

17 maar indien hij naar hen niet wil hooren zeg het der gemeente; en indien hij ook naar de gemeente niet wil hooren, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.

Zorg voor het verloren schaap.

12 Wat dunkt u ? Zo iemand honderd schapen heeft, en een daarvan is verdwaald, laat hij dan niet de negen en negentig in het gebergte achter, om het éne te gaan zoeken, dat verdwaald is?

13 En zo hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u: Hij verheugt zich over dat éne meer, dan over de negen en negentig, die niet verdwaald zijn.

14 Zó is het ook de wil van uw Vader, die in de hemel is, dat géén van deze kleinen verloren gaat.

Broederlijke berisping en kerkelijke tucht. 15 Indien uw broeder heeft gezondigd, ga en berisp hem tussen u beiden alleen. Zo hij naar u luistert, zult ge uw broeder gewonnen hebben.

16 Luistert hij niet naar u, neem dan nog één of twee personen mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen de zaak haar beslag krijgt.

17 Luistert hij ook niet naar hen, zeg het dan aan de Kerk; zo hij zelfs naar de Kerk niet luistert, dan zij hij u als een heiden en een tollenaar.