Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 En terstond dreef Hem da Geest uit in de woestijn.

Matt. 4 : 1. Luk. 4 : 1.

13 En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den Satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.

12 En terstond dreef hem de Geest in de woestijn.

13 En hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, en werd verzocht door den satan, en was bij de dieren en de Engelen dienden hem.

Matth. 4 : 1—11. Luc. 4 : 1—13.

12 Dadelijk daarna dreef de Geest hem naar de woestijn;

13 waar hij veertig dagen bleef, verzocht door den Satan, te midden van de dieren, terwijl de engelen hem dienden.

Roeping van de eerste discipelen.

14 En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods,

Matt. 4 : 12. Luk. 4 : 14. Joh. 4 : 43.

15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.

Jes. 56 : l.

Jezus' prediking en eerste discipelen.

14 Nadat nu Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, en predikte het evangelie van het rijk Gods, en zeide:

15 De tijd is vervuld, en het rijk Gods is nabij gekomen; doet boete en gelooft aan het evangelie.

Matth. 4 : 12—17. Luc. 4 : 14, 15.

Optreden in Galilea en roeping van vier discipelen. 14 En nadat Johannes in hechtenis was genomen, ging Jezus naar Galilea, predikend Gods Blijmare:

15 De tijd is gekomen, het Koninkrijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft de Heilmare.

16 En wandelende bij de Galilésche zee, zag Hij Simon en Andréas, zijnen broeder, werpende het net in de zee (want zij waren visschers);

Matt. 4 : 18.

17 En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij visschers der menschen zult worden. Jer. 16 : 16. Ezec. 47 : 10.

18 En zij, terstond hunne netten verlatende, zijn Hem gevolgd.

Matt. 19 : 27. Mark. 10 : 28. Luk. 5 : 11.

12 : 28.

19 En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag hij Jakobus, den zoon van Zebedéüs, en Johannes, zijnen broeder, en dezelve in het schip hunne netten vermakende. Matt. 4 : 21.

20 En terstond riep Hij hen; en zij, latende hunnen vader Zebedéüs in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.

16 En toen hij langs de Galileesche zee ging, zag hij Simon en zijnen broeder Andréas, terwijl zij hunne netten in de zee wierpen; want zij waren visschers.

17 En Jezus zeide tot hen: Volgt mij, ik zal u tot menschenvisschers maken.

18 En terstond verlieten zij hunne netten en volgden hem.

19 En toen hij van daar een weinig voortging, zag hij Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en zijnen broeder Johannes, die in het schip de netten verstelden.

20 En terstond riep hij hen; en zij lieten hunnen vader Zebedeüs in het schip met de huurlingen, en volgden hem.

Matth. 4 : 18—22. Luc. 5 : l—11.

16 Eens langs de zee van Galilea gaande, zag hij Simon en Andreas, den broeder van Simon, in de zee het net uitwerpen; want het waren visschers.

17 Jezus zeide tot hen: Volgt mij; dan zal ik maken dat gij visschers van menschen wordt.

18 Dadelijk lieten zij de netten in den steek en volgden hem.

19 Een weinig verder zag hij Jacobus den zoon van Zebedeüs en zijn broeder Johannes, ook in een boot, bezig de netten te boeten.

20 Aanstonds riep hij hen, en zij lieten hun vader Zebedeüs met de knechten in de boot en volgden hem.

Genezing van een bezetene.

21 En zij kwamen binnen Kapérnaüm; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij. Matt. 4 : 13. Luk. 4 : 31.

22 En zij versloegen zich over Zijne leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.

Matt. 7 : 28. Luk. 4 : 32.

23 En er was in hunne synagoge een mensch, met eenen onreinen geest, en hij riep uit,

Luk. 4 : 33.

24 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner! zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U. wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.

25 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.

26 En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met eene groote stem, ging uit van hem.

27 En zij werden allen verbaasd, zoodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreinen geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!

In de synagoge te Kapernaüm.

21 En zij gingen naar Kapernaüm: en terstond op den sabbat ging hij in de synagoge en leerde.

22 En zij ontzettèn zich over zijne leer; want hij leerde hen als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.

Matth. 7 : 28, 29.

23 En er was in hunne synagoge een mensch, bezeten met een onreinen geest, die riep en zeide:

24 Laat af, wat hebben wij met u te doen, Jezus van Nazaret? Zijt gij gekomen om ons te verderven? Ik weet wie gij zijt: de Heilige Gods.

25 En Jezus bedreigde hem, zeggende:

26 Verstom, en vaar uit van hem! En de onreine geest trok hem heen en weer, en riep overluid, en voer van hem uit.

27 En zij ontzetten zich allen, zoodat zij de een den ander vroegen, zeggende: Wat is dit? Welk eene nieuwe leer is deze? Hij gebiedt met macht zelfs den onreinen geesten, en zij gehoorzamen hem.

21 Nu gingen zij Kapernaüm binnen en predikte hij aanstonds op sabbat in de synagoge.

22 Men stond versteld over zijn onderricht; want hij leerde als een man van gezag en niet als de schriftgeleerden.

Genezingen.

23 Al spoedig was in hun synagoge een mensch met een onreinen geest, die luidkeels riep:

24 Wat hebben wij met u te maken, Jezus de Nazarener? Gij komt om ons te verderven. Ik weet wel, wie gij zijt: De Heilige Gods.

25 Maar Jezus bestrafte hem: Zwijg en ga uit van hem!

26 En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging met een luiden schreeuw van hem uit.

27 Allen stonden verbaasd en vroegen onder elkander: Wat is dat? Een nieuwe leer met gezag gepredikt, en op zijn bevel gehoorzamen hem de onreine geesten!

Sluiten