is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 zoo nam hij het in zijn armen en loofde God en zeide:

29 Nu laat gij, Heer, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord;

30 want mijne oogen hebben uw heil gezien,

31 hetwelk gij bereid hebt voor het oog aller volkeren:

32 licht tot openbaring voor de heidenen, en heerlijkheid voor uw volk Israël.

33 En zijn vader en zijn moeder waren vol verwondering om hetgeen over hem gesproken werd.

34 En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teeken, dat wedersproken wordt,

36 En daar was ook een profetes, Anna, een dochter van Fanuël uit den stam Aser. Zij was hoogbedaagd en had na haar huwelijk zeven jaren met haar man geleefd,

37 en nu was zij vierentachtig jaren weduwe; en zij week nimmer uit den tempel, maar diende God nacht en dag met vasten en gebeden.

38 En op datzelfde oogenblik trad zij te voorschijn en begon openlijk God te danken en over het kind te spreken tot allen, die de verlossing van Jeruzalem verwachtten.

39 En nadat zij alles voleindigd hadden, wat naar de wet des Heeren te doen was, keerden zij weder naar Galilea, naar hun stad Nazaret.

40 En het kind wies op en werd sterk en met wijsheid vervuld, en de genade van God rustte op hem.

Het kind Jezus levend in Gods gemeenschap.

41 En zijn ouders plachten jaarlijks naar Jeruzalem te reizen, op het paaschfeest.

42 En toen het kind Jezus twaalf jaren oud was geworden, en zij naar de gewoonte van het feest opgingen, '

43 en de dagen voleindigd hadden, bleef hij, terwijl zij wederkeerden, te Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten.

44 Doch zij, in de meening, dat hij bij het reisgezelschap was, vervolgden hun reis een dag lang, terwijl zij hem voortdurend zochten onder hun verwanten en bekenden.

45 En daar zij hem niet vonden, keerden zij, terwijl zij hem steeds zochten, naar Jeruzalem terug.

28 nam ook hij Het in zijn armen, zegende God, en sprak:

29 Nu laat Gij, Heer, uw dienaar gaan, In vrede naar uw woord.

30 Want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd,

31 Dat Gij bereid hebt voor het oog aller volken:

32 Een licht, tot verlichting deiheidenen, En tot luister van Israël, uw volk.

33 Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem werd gezegd.

34 Simeon zegende hen, en sprak tot Maria, zijn moeder: Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken van tegenspraak;

36 Ook was er een profetes, Anna, de dochter van Fanoeél, uit de stam van Aser. Zij was hoogbejaard. Na haar jeugd was zij zeven jaar gehuwd geweest;

37 nu was zij een weduwe van vier en tachtig jaar. Nooit verliet zij de tempel, maar diende God dag en nacht onder vasten en bidden.

38 Juist op dat ogenblik kwam ook zij naderbij; ook zij loofde God, en sprak over het Kind met allen, die Jerusalems verlossing verwachtten.

Verblijf te Nazaret. 39 En toen ze alles volgens de Wet des Heren hadden volbracht, keerden ze naar Galilea terug, en naar Nazaret, hun woonplaats.

40 Het Kind groeide op, en nam in krachten toe; Hij werd van wijsheid vervuld, en Gods genade rustte op Hem.

Jesus' terugvinding in de tempel.

41 Ieder jaar reisden zijn ouders tegen het paasfeest naar Jerusalem.

42 En toen Hij twaalf jaar oud was geworden, trokken ze weer naar Jerusalem op, zoals dit voor het feest gebruikelijk was.

43 Maar toen ze na afloop der feestdagen terugkeerden, bleef het Kind Jesus te Jerusalem achter. Zijn ouders bemerkten het niet,

44 maar meenden, dat Hij Zich onder het reisgezelschap bevond; ze reisden dus de hele dag voort, en zochten Hem toen onder familie en bekenden.

45 Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze Hem zoeken, en keerden naar Jerusalem terug.

28 nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zeide:

29 Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord,

30 want mijn ogen hebben uw heil gezien,

31 dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken:

32 licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël.

33 En zijn vader en zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd.

34: En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt —

35 en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan —, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.

36 Ook was daar Anna, een profetes, een dochter van Phanuel, uit den stam Aser. Zij was op hogen leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,

37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in den tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.

38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

39 En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galiléa, naar hun stad Nazareth.

De twaalfjarige Jezus in den tempel.

40 Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem..

41 En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

42 En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken,

43 en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en zijn ouders bemerkten het niet.

44 Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij één dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.

45 En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem. Hem zoekende.

35 (zelfs door uwe eigene ziel zal een zwaard gaan) opdat van velen de overleggingen hunner harten openbaar worden.

35 en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd.