is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

: brengt, wordt omgehouwen en in het vuur geworpen.

I 10 En de scharen vraagden hem: S Wat moeten wij dan doen?

1 11 En hij antwoordde hun: Wie i twee lijfrokken heeft, die deele r mede dengene, die er geen heeft; : en wie spijze heeft, doe desgelijks.

I 12 En er kwamen ook tollenaren, : om te worden gedoopt, en zij zeic den tot hem: Meester, wat moet ten wij doen?

] 13 En hij zeide tot hen: Vordert i in geen enkel opzicht meer dan i wat u voorgeschreven is.

: 15 Terwijl nu het volk in afwachi ting was en allen zich in hun hart ; afvroegen omtrent Johannes, of 1 hii ook soms de Christus zoude : zijn,

: 16 richtte hij tot allen het woord ■ en zeide: Ik doop u wel met water, doch hij komt, die sterker is i dan ik; ik ben niet waardig, den riem van zijn schoeisel los te maken. Hij zal u doopen met heiligen 1 Geest en met vuur;

19 (Maar Herodes, de viervorst, door Johannes bestraft om Herodias, de vrouw van zijn broeder, en om al het kwaad dat hij had gedaan,

20 voegde aan alles nog dit toe, dat hij Johannes in de gevangenis liet sluiten).

Jezus door Johannes gedoopt. Zijn afkomst.

21 En het geschiedde, toen al het volk was gedoopt, en ook Jezus gedoopt was en bad, —

22 dat de hemel geopend werd, en de heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op hem nederdaalde, en uit den hemel een stem klonk: Gij zijt mijn geliefde Zoon, in u heb ik welgevallen.

23 En hij, Jezus, was bij zijn optreden omtrent dertig jaren oud, zijnde, naar men meende, de zoon van Jozef, den zoon van Eli,

omgehouwen, en in het vuur geworpen.

10 Het volk ondervroeg hem en sprak: Wat moeten we doen?

11 Hij gaf hun ten antwoord: Wie twee paar kleren heeft, moet delen met hem, die er geen heeft; en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.

12 Ook tollenaars kwamen ten doop, en zeiden hem: Meester, wat moeten wij doen?

13 Hij zei hun: Vordert niet meer, dan wat is vastgesteld.

15 Maar toen het volk in spanning kwam, en allen zich begonnen af te vragen, of Johannes misschien de Christus kon zijn,

16 verklaarde Johannes aan allen: Ik voor mij doop u met water, maar er komt er Een, die machtiger is dan ik; ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur,

19 Maar toen de viervorst Herodes door hem werd berispt naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer, en over al de misdaden, die hij had bedreven,

20 voegde Herodes nog dit er aan toe, dat hij Johannes in de kerker sloot.

Matt. 3 : 1—12. Mark. 1 : 2—8.

Jesus door Johannes gedoopt.

21 Toen nu al het volk zich liet dopen, en ook Jesus gedoopt was, ging eensklaps, terwijl Hij aan het bidden was, de hemel open,

22 en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer. En er klonk een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon; in U heb Ik welbehagen.

Matt. 3 : 13—17. Mark. 1 : 9—11.

Geslachtslijst van Jesus. 23 Toen Jesus optrad, was Hij ongeveer dertig jaar oud. Hij was, naar men meende, de zoon van Josef, den zoon van Eli,

wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

10 En de scharen vroegen hem, zeggende: Wat moeten wij dan doen?

11 Hij antwoordde en zeide: Wie een dubbel stel klederen heeft, dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijzen heeft, doe evenzo.

12 Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen en zij zeiden tot hem: Meester, wat moeten wij doen ?

13 Hij zeide tot hen: Vordert niet meer dan u voorgeschreven is.

14 En ook die in krijgsdienst waren, vroegen hem, zeggende: En wat moeten wij doen? En hij zeide tot hen: Plundert niemand uit en perst niets af en weest tevreden met uw soldij.

15 Toen nu het volk in afwachting was en allen in hun hart overlegden over Johannes, of hij misschien de Christus was,

16 antwoordde Johannes en zeide tot allen: Ik doop u met water, doch Hij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken; die zal u dopen met den heiligen Geest en met vuur.

17 De wan is in zijn hand om zijn dorsvloer geheel te zuiveren en het graan in zijn schuur bijeen te brengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.

18 Met nog vele andere vermaningen bracht hij aan het volk het evangelie.

19 Toen echter de viervorst Herodes door hem berispt werd om Herodias, de vrouw van zijn broeder, en om alle wandaden, die Herodes bedreven had,

20 heeft hij dit nog bij al het andere gevoegd, dat hij Johannes in de gevangenis sloot.

Matth. 3 : 1—12. Mare. 1 : 2—8. Matth. 14 : 3, 4. Mare. 6 : 17,18.

De doop van Jesus.

21 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende,

22 en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit den hemel: Gij zijt mijn geliefde Zoon, in U heb Ik mijn welbehagen.

Matth. 3 : 13—17. Mare. 1 : 9—11.

Joh. 1 : 32—34.

Geslachtsregister. 23 En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, den zoon van Eli,

: 14 En ook krijgsknechten vraagt den hem: En wij ook, wat moeten \ wij doen? En hij zeide tot hen: ' Valt niemand lastig en dreigt niei mand af, en laat u vergenoegen Si met uwe soldij.

14 Ook soldaten ondervroegen hem, en zeiden: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei hun: Dost niemand overlast aan, maakt u niet aan afpersing schuldig, en weest tevreden met uw soldij.

117 hij heeft zijne wan in de hand, om zijn dorschvloer volkomen te zuiveren en het graan in zijne schuur te verzamelen; maar het kaf zal hij met onuitblusschelijk vuur verbranden.

118 Terwijl hij het volk met nog vele andere woorden vermaande, verkondigde hij hun de vreugdeboodschap.

17 Hij heeft zijn wan in de hand, en Hij zal zijn dorsvloer zuiveren: de tarwe verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur.

18 Zo bracht hij, met nog veel andere vermaningen, de blijde boodschap aan het volk.