is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 En blijft in datzelve huis, etende en drinkende, hetgeen van han voorgezet wordt; want de arbeider is zijn loon waardig; gaat niet over van het eene huis in het andere huis. 1 Kor. 10 : 27. Lev. 19 : 13.

Deut. 24 : 14 25 : 4. Matt. 10 : 10. 1 Kor. 9 : 4, 14. 1 Tim. 5 : 18.

8 En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt.

9 En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.

10 Maar in wat stad gij zult ingaan, en zij u niet ontvangen, uitgaande op hare straten, zoo zegt:

Matt. 10 : 14. Mark. 6 : 11. Luk. 9 : 5.

11 Ook het stof, dat uit uwe stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zoo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.

Hand. 13 : 51. 18 : 6.

12 En Ik zeg u, dat het dien van Sodom verdragelijker wezen zal in dien dag, dan dezelve stad.

13 Wee u, Chórazin! wee u, Bethsaïda! want zoo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden eertijds, in zak en asch zittende, zich bekeerd hebben.

14 Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden.

15 En gij, Kapérnaüm! die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestooten worden.

16 Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.

Matt. 10 : 40. Mark. 9 : 37 Joh. 13 : 20. 1 Thess. 4 : 8

17 En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere! ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uwen Naam.

18 En Hij zeide tot hen: Ik zag den Satan, als een bliksem, uit den hemel vallen, openb. 12 : 8, 9.

19 Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u eenigszins beschadigen.

Mark. 16 : 18. Hand. 28 : 5

20 Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uwe namen geschreven zijn in de hemelen.

Ex. 32 :32. Jes. 4 :3. Dan. 12 :1.

Filipp. 4 : 3.

Jezus' dankgebed.

21 Te dier ure verheugde Zich

Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader! want alzoo is geweest het welbehagen voor U.

Matt. 11 : 25. Job 5 : 12. Jes. 29 : 14 1 Kor. 1 : 19. 2 : 7, 8. 2 Kor. 3 : 14 22 Alle dingen zijn Mij van Mijnen Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Va-

7 En blijft in dat huis, en eet en drinkt wat zjj hebben; want een arbeider is zijn loon waardig. Gij zult niet van het eene huis in het andere gaan.

8 En waar gij in eene stad komt en zij u aannemen, eet daar wat u voorgezet wordt,

9 en geneest de kranken, die aldaar zijn, en zegt tot hen: Het rijk Gods is nabij u gekomen.

10 Maar als gij in eene stad komt, waar zij u niet aannemen, gaat daar uit op hare straten en zegt:

11 Ook het stof, dat aan ons kleeft van uwe stad, slaan wij af op u; nochtans zult gij weten, dat het rijk Gods nabij geweest is.

12 Ik zeg u: Het zal Sodom draaglijker zijn te dien dage dan die stad.

13 Wee u Chorazin, wee u Bethsaïda! Want indien te Tyrus en Sidon die daden geschied waren, die in u geschied zijn, zij zouden voorlang in zak en asch gezeten en boete gedaan hebben.

14 Doch het zal Tyrus en Sidon draaglijker zijn in het oordeel dan ulieden.

15 En gij, Kapérnaüm! dat tot den hemel toe verheven zijt, gij zult tot in de hel nedergestooten worden.

16 Wie u hoort, die hoort mij; en wie u veracht, die veracht mij; en wie mij veracht, die veracht hem, die mij gezonden heeft.

17 En de zeventig kwamen met vreugde weder, zeggende: Heer, zelfs de duivelen zijn ons onderdanig in uwen naam.

18 En hij zeide tot hen: ik zag den satan als een bliksem van den hemel vallen.

19 Zie, Ik heb u de macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle geweld des viiands; en niets zal u beschadigen.

20 Doch verblijdt u daarover niet, dat de geesten u onderdanig zijn: maar verblijdt u, dat uwe namen

in den nemei aangescnreven zijn.

Matth. 9 : 37, 38. Matth. 10 : 9—16.

Mare. 6 : 7—11. Matth. 11 : 21—23.

Matth. 10 : 40.

Jezus' blijdschap. 21 In die ure verheugde zich Jezus in den geest, en zeide: Ik prijs U Vader, "Heer des hemels en der aarde, dat Gij dit den wijzen en verstandigen verborgen hebt, en het den onmondigen hebt geopenbaard. Ja, Vader, alzoo was het welbehaaglijk voor U! —

22 Mij is alles overgegeven door mijnen Vader; en niemand weet wie de Zoon is dan de Vader, noch

7 Blijft in hetzelfde huis, eet en drinkt wat men er heeft; want de arbeider is zijn loon waard; gaat niet van het eene huis in het andere.

8 Komt gij in een stad waar men u ontvangt, eet wat men u voorzet,

9 geneest de zieken die daar zijn en zegt hun: Het Godsrijk is u nabij.

10 Maar als gij in een stad komt waar men u niet ontvangt, gaat dan op het plein daarvoor en zegt:

11 Ook het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij af als een aanklacht tegen u; maar weet dit wel: Het Koninkrijk Gods is nabij!

12 Ik zeg u, het zal voor de inwoners van Sodom draaglijker zijn in dien dag dan voor die stad.

13 Wee u, Chorazin! wee u, Bethsaïda! Want indien in Tyrus en Sidon de wonderen verricht waren die in u zijn verricht, zij zouden reeds lang zich in zak en assche neergezet en bekeerd hebben.

14 Nu zal het voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in het Oordeel dan voor u.

15 En gij, Kapérnaüm, zijt gij niet ten hemel toe verhoogd? Gij zult ter onderwereld neerdalen.

16 Wie u hoort hoort mij, en wie u verwerpt verwerpt mij, en wie mij verwerpt verwerpt mijn Zender.

17 Blijde keerden de zeventig terug en zeiden: Heer, ook de duivelen onderwierpen zich aan ons door uw naam.

18 Hij zeide tot hen: Ik zag den Satan als een bliksemstraal uit den hemel schieten.

19 Zie, ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des Vijands; hij zal u geen schade doen.

20 Doch verheugt u niet daarover dat geesten zich aan u onderwerpen; verheugt u dat uw namen in den hemel zijn opgeschreven.

De eenvoudigen uitverkoren. 21 Te dier ure verheugde hij zich in heilige bezieling en zeide: Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen en aan eenvoudigen geopenbaard hebt; ja, Vader, want zoo was het uw welbehagen.

22 Alles is door mijn Vader in mijn handen gesteld, en niemand weet wie de Zoon is dan de Vader,