Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47 En Natanaël zeide tot hem: Kan er uit Nazaret iets goeds komen ? En Filippus zeide tot hem: Kom en zie!

48 Jezus zag Natanaël tot zich komen en zeide tot hem: Zie, een echte Israëliet in wien geen bedrog is.

49 Natanaël zeide tot hem: Van waar kent gij mij ? Jezus antwoordde hem: Eer Filippus u riep, terwijl gij onder den vijgeboom waart, zag ik u.

50 Natanaël antwoordde hem: Rabbi, gij zijt de zoon Gods, gij zijt de koning Israëls.

51 Jezus antwoordde hem: Omdat ik u zeide, dat ik u onder den vijgeboom gezien heb, zoo gelooft

2"ii ? Orootprp rlinp-pn Han Tnlf

gij Zien.

52 En hij voegde er aan toe: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: gij zult den hemel geopend zien, en de engelen Gods opklimmen en nederdalen op den zoon des menschen.

De nieuwe Godsvereering die Jesus brengt.

Het eerste teeken van Jezus' heerlijkheid. 1 En op den derden dag werd te Kana in Galilea een bruiloft gevierd.

2 En de moeder van Jezus was aldaar; en ook Jezus was met zijn discipelen ter bruiloft genoodigd.

3 En toen er wijn te kort kwam, zeide Jezus' moeder tot hem: Zij hebben geen wijn.

4 En Jezus zeide tot haar: Vrouwe, wat wilt gij van mij? mijn uur is nog niet gekomen.

5 Zijn moeder zeide tot de dienaren: Doet nauwkeurig wat hij u zeggen zal.

6 Nu stonden daar, overeenkomstig de reinigingsgebruiken der Joden, zes steenen waterkruiken, elk twee of drie metréten inhoudende.

7 Jezus zeide tot hen: Vult de kruiken met water. En zij vulden ze tot boven toe.

8 En hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het den leider van het feest. En zij brachten het.

9 Toen nu de feestleider het water, dat wijn was geworden, geproefd had (en hij wist niet van waar het was; de dienaren echter, die het water geschept hadden, wisten het), zoo riep hij den bruidegom,

10 en zeide tot hem: Alle man zet eerst den besten wijn voor, en wanneer men goed gedronken heeft, den minderen; maar gij hebt den besten wijn tot nu bewaard.

11 Daarmede deed Jezus het eerste zijner teekenen te Kana in Galilea, en aldus openbaarde hij zijn heerlijkheid. En zijn discipelen leerden in hem gelooven.

De tempelreiniging als beeld van het nieuwe.

12 Daarna toog hij af naar Kapernaüm, met zijne moeder en broeders en discipelen. En zij vertoefden daar slechts enkele dagen.

47 Jesus zag Natónaël naar Zich toe komen en zeide van hem: Ziedaar een waar Israëliet, in wien geen bedrog is.

48 Natanaël zeide Hem: Hoe kent Gij mij? Jesus gaf hem ten antwoord: Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom.

49 Natanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God; Gij zijt de Koning van Israël.

50 Jesus antwoordde hem: Gelooft ge, omdat Ik u zeide: Ik zag u onder de vijgeboom? Grotere dingen zult ge zien.

51 En Hij sprak tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zult de hemel geopend zien, en de engelen Gods zien opstijgen en nederdalen over den Mensenzoon.

Te Kana. Het eerste wonder. 1 En de derde dag werd er een bruiloft gevierd te Kana van Galilea. De moeder van Jesus was er tegenwoordig;:

2 ook Jesus en zijn leerlingen waren ter bruiloft genodigd.

3 En toen er gebrek kwam aan wijn, sprak de moeder van Jesus tot Hem: Ze hebben green wiin meer.

4 Maar Jesus zeide haar: Vrouw, wat is er tussen Mij en u? Nog is mijn uur niet gekomen.

5 Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet, wat Hij u zeggen zal.

6 Daar waren nu zes stenen kruiken, elk van twee of drie maten inhoud, die er voor de joodse reiniging waren geplaatst.

7 Jesus zei hun: Vult de kruiken met water. Ze vulden ze tot boven toe.

8 Toen sprak Hij tot hen: Schept er nu uit, en brengt het naar den hofmeester. Ze brachten het.

9 Zodra nu de hofmeester van het water geproefd had, dat wijn was geworden, (hij wist niet, waar die vandaan kwam; maar de bedienden, die het water hadden geschept, wisten het wel), riep de hofmeester den bruidegom,

10 en zeide tot hem: Iedereen schenkt eerst de goede wijn, en als men goed gedronken heeft, dan de mindere soort; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.

11 Zo deed Jesus zijn eerste wonder te Kana van Galilea, en openbaarde Hij zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem.

12 Daarna vertrok Hij naar Kafarnaüm; Hij zelf met zijn moeder en broeders en zijn leerlingen; en zij bleven daar enkele dagen.

47 En Nathanaël zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen? Philippus zeide tot hem: Kom en zie.

48 Jezus zag Nathanaël tot zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in wien geen bedrog is!

49 Nathanaël zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer Philippus u riep, zag Ik u onder den vijgeboom.

50 Nathanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël!

51 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zasr u onder den viip-p-

boom, gelooft gij ? Gij zult grotere dingen zien dan deze.

52 En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg ulieden, gij zult den hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op den Zoon des mensen.

De bruiloft te Kana.

1 En op den derden dag was er 7 een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar;

2 en ook Jezus en ziin disciDelen

waren ter bruiloft genodigd.

3 En toen er gebrek aan wijn was, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.

4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node ? Mijn ure is nog niet gekomen.

5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat!

6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metréten.

7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vuden ze tot den rand.

8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan den leider van het feest. En zij brachten het.

9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was — en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het — riep de leider van het feest den bruidegom,

10 en hij zeide tot hem: Iedereen zet eerst den goeden wijn op en als er goed gedronken is, den minderen; gij echter hebt den goeden wijn tot dit ogenblik bewaard.

11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galiléa en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem.

Kort verblijf te Kapérnaüm.

12 Daarna daalde Hij af naar Kapérnaüm, Hij, zijn moeder en zijn broeders en zijn discipelen, en zij bleven daar niet vele dagen.

Sluiten