Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan iemand geboren worden, als hij oud is? hij kan toch niet ten tweeden male door zijn moeder ter wereld worden gebracht?

5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en geest, hij kan het koninkrijk Gods niet ingaan.

6 Hetgeen uit het vleesch geboren is, is vleesch; en hetgeen uit den Geest geboren is, is geest.

7 Verwonder u niet, dat ik tot u zeide: gijlieden moet opnieuw geboren worden.

8 De wind blaast waar hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heen gaat. Alzoo is het met ieder, die geboren is uit den Geest.

9 Nikodémus antwoordde hem: Hoe kan dat geschieden?

10 Jezus antwoordde hem: Gij zijt de leeraar Israëls — en verstaat gij deze dingen niet?

11 Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: wat wij weten, verkondigen wij; en van wat wij gezien hebben, getuigen wij; en ons getuigenis neemt gij niet aan.

12 Indien ik u de aardsche dingen

gezega neD en gij aaaraan geen geloof hecht, hoe zult gij, indien ik u de hemelsche zeg, daaraan geloof hechten?

13 En niemand is tot den hemel opgeklommen, dan hij, die uit den hemel is nedergedaald: de zoon des menschen.

14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zoo moet de zoon des menschen verhoogd worden,

15 opdat een ieder, die in hem gelooft, eeuwigheidsleven hebbe.

16 Want alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwigheidsleven hebbe.

17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat hij de wereld zou veroordeelen, maar opdat door hem de wereld zou worden behouden.

18 Wie in hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is aireede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den naam van den eeniggeboren Zoon van God.

19 Dit toch is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is; en de menschen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hunne werken waren boos.

20 Een ieder toch, die slechte dingen doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijne werken niet aan den dag worden gebracht.

een mens geboren worden, wanneer hij reeds op leeftijd is? Kan hij soms terugkeren in de schoot zijner moeder, en opnieuw geboren worden? -—

5 Jesus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij niet ingaan in h-et koninkrijk Gods.

6 Wat uit het vlees is geboren, is vlees; en wat uit den Geest is geboren, is geest. —

7 Verwonder u niet, omdat Ik u zeide: Gij moet opnieuw worden geboren.

8 De wind waait, waar hij wil, en ge hoort zijn gesuis; maar ge weet niet, vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zó gaat het iedereen, die uit den Geest is geboren.

9 Nikodémus antwoordde Hem: Hoe kan dit geschieden?

10 Jesus gaf hem ten antwoord: Zijt gij de leraar van Israël, en begrijpt ge dit niet?

11 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wat Wij weten spreken Wij, en Wij getuigen, wat Wij hebben gezien; en toch aanvaardt gij onze getuigenis niet.

12 Wanneer gij niet gelooft, als Ik u spreek over aardse dingen, hoe zult gij dan geloven, als Ik u over de hemelse spreek? —-

13 Niemand is ODseklommen ten

hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon, die in de hemel is.

14 En zoals Moses de slang ophief in de woestijn, zo moet de Mensenzoon worden verheven;

15 opdat ieder, die in Hem ge¬

looft, het eeuwige leven zou hebben.

16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eengeboren Zoon heeft gegeven; opdat allen, die in Hem geloven, niet verloren zouden gaan, maar het eeuwige leven zouden hebben.

17 Want God heeft zijn Zoon in de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.

18 Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld; maar wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van Gods eengeboren Zoon. —

19 En dit is het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht; want hun werken waren boos,

20 en allen, die kwaad doen, haten het licht en komen niet tot het licht, opdat hun werken niet aan het licht zouden komen.

kan een mens geboren worden, als hij oud is ? Kan hij dan voor de tweede maal in den moederschoot ingaan en geboren worden ?

5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik -zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.

6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit den Geest geboren is, is geest.

7 Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.

8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heen gaat: zó is een ieder, die uit den Geest geboren is.

9 Nicodémus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden?

10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Gij zijt de leraar van Israël en deze dingen verstaat gij niet?

11 Voorwaar, voorwaar, Ik zegu: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan.

12 Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat g'J gelooft, hoe zult gij geloven wanneer Ik u van het hemelse spreek ?

13 En niemand is opgevaren naar den hemel, dan die uit den hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen.

14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden,

15 opdat een ieder, die gelooft in Hem, eeuwig leven hebbe.

16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft niet verloren ga, doch eeuwig leven hebbe.

17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in den naam van den eniggeboren Zoon van God.

19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.

20 Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan den dag komen;

Sluiten