is toegevoegd aan je favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, de broeder van Jakobus.

14 Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijne broederen.

Matt. 13 : 55.

waar zich ophielden Petrus en Jakobus, Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de zoon van Jakobus.

14 Dezen allen volhardden eendrachtig in het gebed, met eenige vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en zijne broeders.

lijk samen kwamen; te weten Petrus, Johannes, Jacobus, Andreas, Filippus, Thomas, Bartholomeüs, Mattheüs, Jacobus de zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas de zoon van Jacobus.

14 Dezen volhardden eendrachtig in het bidden, met eenige vrouwen, Maria, de moeder van Jezus, en zijn broeders.

Matthias tot apostel verkozen in de plaats van Judas.

15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak: (er was nu eene schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen.)

16 Mannen broeders! deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;

Ps. 41 : 10. Matt. 26 : 23. Joh. 13 : 18. Matt. 26 : 47. Mark. 14 : 43. Joh. 18 : 3.

17 Want hij was met ons gerekend, en had het lot dezer bediening verkregen.

Matt. 10 : 4. Mark. 3 : 19. Luk. 6 : 16.

18 Deze dan heeft verworven eenen akker, door het loon der ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijne ingewanden zijn uitgestort.

2 Sam. 17 : 23. Matt. 27 : 5.

19 En het is bekend geworden allen, die te Jeruzalem wonen, alzoo dat die akker in hunne eigene taal genoemd wordt Akeldama, dat is, een akker des bloeds.

Matt. 27 : 8.

20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijne woonstede worde woest, en er zij niemand, die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.

Ps. 69 : 26. Ps. 109 : 8.

21 Het is dan noodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons in- en uitgegaan is,

Hand. 6 : 3.

22 Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, één derzelven met ons getuige worde van Zijne opstanding.

Hand. 1 : 9.

23 En zij stelden er twee, Jozef, genaamd B&rsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias.

Hand. 6 : 6.

24 En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee eenen aan, dien Gij uitverkoren hebt.

1 Sam. 16 : 17.1 Kron. 28 : 9. 29 : 17. Ps. 7 : 10. Jer. 11 : 20. 17 : 10. 20 : 12.

Hand. 15 : 8. Openb. 2 : 23.

25 Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijne eigene plaats.

26 En zij wierpen hunne loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemeene toestemming tot de elf apostelen gekozen.

De plaats van Judas aangevuld.

15 En in die dagen trad Petrus op in het midden der jongeren, en zeide (er was nu eene schaar bijeen van omtrent honderd en twintig personen):

16 Mannen broeders, de schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft aangaande Judas, die de leidsman was dergenen die Jezus gevangen namen;

17 want hij was onder ons geteld en had dit ambt met ons verkregen..

18 Deze heeft een akker verworven voor het onrechtvaardige loon, en voorover gestort, is hij door midden gebarsten, en al zijne ingewanden zijn uitgeschud.

Matth. 27 : 5—8.

19 En het is bekend geworden aan allen die te Jeruzalem wonen, zoodat die akker in hunne taal genaamd wordt Akeldama, dat is: Bloedakker.

20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: „Zijne woning worde woest, en er zij niemand

die daarm wone , en: „ziijn opzienersambt ontvange een ander".

Ps. 69 : 26. 109 : 8.

21 Zoo moet dan een der mannen, die bij ons geweest zijn al den tijd, in welken de Heer Jezus onder ons is in- en uitgegaan,

22 van den doop van Johannes tot op den dag, dat hij van ons genomen is, met ons getuige zijner opstanding worden.

23 En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Barsabas, met den bijnaam Justus, en Matthias.

24 En zij baden en zeiden: Gij Heer. kenner van aller harten,

wijs van deze twee één aan, dien Gij verkoren hebt,

25 opdat hij ontvange deze bediening en het apostelambt, waarvan Judas is afgeweken, om heen te gaan naar zijne eigene plaats.

26 En zij wierpen het lot over hen, en het lot viel op Matthias, en hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.

15 In die dagen stond Petrus te midden der broeders op en zeide — er waren ongeveer honderd twintig personen bijeen — :

16 Broeders, vervuld moest worden het Schriftwoord waarin de Heilige Geest bij monde van David voorspeld heeft over Judas, die de gids geweest is der mannen die Jezus gevangen genomen hebben:

17 dat hij tot ons behoorde en deel had aan deze bediening.

18 Hij nu heeft voor zijn zondeIoon een stuk land gekocht, is voorovergevallen en uit elkander gebarsten, zoodat al zijn ingewanden uitgestort werden;

19 aan al de inwoners van Jeruzalem is dit bekend geworden, zoodat dat land in hun taal Akeldamach, dat is Bloedland, genoemd wordt.

20 Want er staat geschreven in het Psalmboek: Zijn verblijf worde een verlaten piek; er zij geen bewoner in! en: Een ander krijge zijn opzienersambt.

21 Daarom is het noodzakelijk dat van de mannen die met ons samenwaren al den tijd dat de Heer met ons in- en uitging,

22 te beginnen van den doop van Johannes tot den dag waarop hij van ons opgenomen werd, dat een van hen met ons getuige wordt van zijn opstanding.

23 Zij stelden dan twee voor, Jozef bijgenaamd Barsabbas, ook Justus genoemd, en Matthias.

24 Toen baden zij: Heer, kenner van aller hart, wijs gij aan, wien gij uit deze twee uitverkoren hebt

25 om de plaats in te nemen van dit apostelambt, waarvan Judas is heengegaan naar de plaats die hem toekwam.

26 Hierop lieten zij hen loten, en het lot viel op Matthias, die dus toegevoegd werd aan de elf apostelen.