is toegevoegd aan je favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stichting der gemeente. De uitstorting van den heiligen Geest.

1 En toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren zij allen op ééne plaats bijeen.

2 En plotseling ontstond er uit den hemel een geluid als van een geweldige windvlaag, en het vervulde het geheele huis, waar zij gezeten waren;

3 en hun verschenen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het liet zich op ieder van hen neder;

4 en zij werden allen met den heiligen Geest vervuld, en begonnen met andere tongen te spreken, naar de Geest het hun gaf zich te uiten.

5 Nu waren er te Jeruzalem Joden woonachtig, godvruchtige mannen, uit alle volkeren die onder den hemel zijn.

6 Toen nu dit geluid ontstond, kwam de menigte bijeen; en zij wist niet, wat hiervan te denken, omdat ieder hen in zijn eigene taal hoorde spreken.

7 En buiten zich zelf van verbazing, zeiden zij: Zie, zijn niet

aiten aie aaar spreKen, ualueers Y

8 En hoe kan het dan, dat wij hen hooren, een ieder in de eigene taal van ons geboorteland:

9 Parten, Meden en Elamieten, en

ae oewoners van Mesopotamie, Judea en Cappadocië, Pontus en Asië,

10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libyë dat bij Cyrene ligt, en de hier woonachtige Romeinen, zoowel geboren Joden als proselieten,

11 Kretensers en Arabieren — hoe hooren wij hen in onzen eigen tongval van de groote daden Gods spreken ?

12 Zij waren allen buiten zich zelf, met de zaak geheel verlegen; en zij zeiden de een tot den ander: Wat wil toch dit zijn?

13 Maar anderen spotten: Zij hebben een roes van zoeten wijn.

Rede van Petrus.

14 Toen stond Petrus, met de elven, op; en hij sprak tot hen met luide stem: Mannen van het Joodsche land, en gij allen die te Jeruzalem woont, laat mij u zeggen, wat dit beteekent, en hoort aandachtig naar mijn woorden.

15 Deze mannen zijn namelijk niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is de derde ure van den dag.

16 Maar dit is hetgeen door den profeet Joël gesproken is:

17 En het zal geschieden in het laatst der dagen, spreekt God, dat ik van mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft; en uwe zonen en uwe dochteren zullen profeteeren, en uwe jonge mannen zullen gezichten zien, en uwe ouden zullen droomen hebben;

De nederdaling van den Heiligen Geest.

1 Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen.

2 Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waar ze waren vergaderd.

3 Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer.

4 Allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.

5 Nu vertoefden er te Jerusalem godvrezende joden uit alle volken onder de hemel.

6 Bij dat geruis liepen de mensen te hoop; ze stonden verwonderd, dat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.

7 Ze raakten buiten zichzelf van verbazing, en zeiden: Ziet, zijn

tuien aie aaar spreKen, geen lianleërs?

8 En hoe horen wij allen ze dan in onze eigen moedertaal spreken?

9 Parten, Meden en Elamieten; bewoners van Mesopotamië, Judea en Kamjadócië. van Pontus p.n

Azië,

J.U van rygie en jr-amryne, van Egypte en de streken van Libye bij Cyrene; romeinse kolonisten,

11 joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren: we horen ze in

onze eigen taal Gods grote werken verkondigen.

12 Allen stonden verbaasd en in twijfel. Sommigen zeiden tot elkander: Wat zou dat betekenen?

13 Maar anderen zeiden spottend: Ze zijn dronken van zoete wijn.

De rede van Petrus voor het volk.

14 Toen stond Petrus op, omringd van al de elf; hij verhief zijn stem, en sprak hun toe: Joodse mannen, en gij allen, die in Jerusalem woont: Dit moet gij weten; geeft acht op mijn woorden.

15 Neen, deze mannen zijn niet dronken, zoals gij vermoedt; want het is eerst het derde uur van de dag.

16 Maar hier geschiedt, wat door den profeet Joël voorzegd is:

17 „En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God: Ik zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees; Uw zonen en dochters zullen profeteren, Uw jonge mannen visioenen schouwen, Uw grijsaards dromen ontvangen;

Pinksteren.

1 En toen de Pinksterdag aan- 2 brak, waren allen tezamen bijeen.

2 En eensklaps kwam er uit den hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren;

3 en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen;

4 en zij werden allen vervuld met den heiligen Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.

5 Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder den hemel;

0 en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

7 En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen;, die daar spreken, Galileeërs ?

8 En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?

9 Parthen, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judéa en Capadocië, Pontus en Asia,

10 Phrygië en Pamphilië, Egypte en de streken van Libye bij Cyréne, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten,

11 Cretenzen en Arahieren wil'

horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken.

12 En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot den ander: Wat wil dit toch zeggen?

13 Maar a.rtdprpn rzpiHpn «mnt-fonri •

Zij hebben teveel zoeten wijn gehad!

De toespraak van Petrus.

14 Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe:

Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore.

15 Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij onderstelt, want het is het derde uur van den dag;

16 maar dit is het, waarvan gesproken is door den profeet Joël:

17 En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen:

18 zelfs op mijne dienstknechten 18 Zelfs over en op mijne dienstmaagden zal ik vinnen in die

mijn slaven en sla- 18 ja, zelfs op mijn dienstknechdagen Stort Ik uit ten en miin dienstmaagden zal Tk