is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijnen Heere: Zit aan Mijne rechterhand. Ps. 110 : 1.

1 Kor. 15 : 25. Efez. 1 : 20. Hebr. 1 : 13.

35 Totdat Ik Uwe vijanden zal gezet hebben tot eene voetbank Uwer voeten,.

36 Zoo wete dan zekerlijk het gansche huis Israëls, dat God Hem tot eenen Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.

De eerste bekeerden.

37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders ? zach. 12 :10.

Luk. 3 : 10. Hand. 9 : 6. Hand. 16 : 30.

38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

39 Want u komt de belofte toe, en uwen kinderen, en allen, die daar verre zijn, zoo velen als er de Heere, onze God, toe roepen

Joël 2 : 28. Efez. 2 : 13.

40 En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!

41 Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.

42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.

43' En eene vreeze kwam over alle ziel; en vele wonderen en teekenen geschiedden door de apostelen.

Mark. 16 : 17. Hand. 5 : 12.

44 En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeenj;

Deut. 15 : 4. Hand. 4 : 32.

45 En zij verkochten hunne goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naardat elk van noode had.

Jes. 58 : 7. Hand. 4 : 35.

46 En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;

Hand. 1 : 14. 20 : 7.

47 En prezen God, en hadden genade bij het gansche volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.

Hand. 5 : 14.11 : 21.

De kreupele genezen. x 1 Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;

2 En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels,

34 Want David is niet ten hemel gevaren, maar hij zegt: ,,De Heer heeft gezegd tot mijnen Heer:

Ps. 110 :1.

35 Zet u aan mijne rechterhand, totdat Ik uwe vijanden leg tot eene voetbank uwer voeten".

36 Zoo wete nu het geheele huis Israëls zekerlijk, dat God dezen Jezus, dien gij gekruisigd hebt, tot een Heer en Christus gemaakt heeft.

37 En toen zij nu dit hoorden, ging het hun door het hart, en zij zeiden tot Petrus en tot de andere apostelen: Mannen broeders, wat zullen wij doen?

38 En Petrus zeide tot hen: Doet boete, en ieder late zich doopen in den naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; zoo zult gij de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

39 Want u en uwen kinderen is deze belofte, en allen, die verre zijn, welke de Heer onze God hiertoe roepen zal.

40 En met vele andere woorden betuigde en vermaande hij hen, en zeide: Laat u redden van dit verkeerd geslacht.

De eerste bekeerlingen.

41 Wie nu zijn woord gaarne aannamen, lieten zich doopen; en er werden op dien dag toegedaan omtrent drie duizend zielen.

42 En zij bleven volstandig in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de broodbreking, en in het gebed.

43 En eene vrees kwam over alle zielen, en er geschiedden vele wonderen en teekenen door de apostelen.

44 En allen die geloovig waren geworden, waren bij elkander en hielden alle dingen gemeen.

45 Hunne goederen en have verkochten zij, en deelden ze uit onder allen, naardat elk van noode had;

46 en zij waren dagelijks en gestadig bij elkander in den tempel, en braken het brood in de huizen, en aten te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten,

47 en loofden God, en waren in gunst bij het geheele volk. En de Heer deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden.

De kreupelgeborene genezen.

1 Petrus nu en Johannes gingen met elkander op in den tempel omtrent de negende ure, als men pleegt te bidden.

2 En er werd een man aangedragen, die lam was van den moederschoot af, dien men dagelijks zette aan de deur des tempels, die ge-

34 David toch is niet ten hemel opgevaren en zegt zelf: De Heer heeft tot mijn heer gesproken: Zit aan mijn rechterhand,

35 totdat Ik uw vijanden tot een voetbank uwer voeten heb gemaakt. —

36 Wete dan voorzeker het gansche huis Israël dat God hem tot Heer en Christus gemaakt heeft, dienzelfden Jezus dien gij hebt gekruisigd.

Ontstaan der eerste gemeente.

37 Dit hoorend, werden zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, broeders?

38 Petrus antwoordde: Bekeert u, en dat ieder uwer gedoopt worde met den naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden; dan zal u de gave des Heiligen Geestes ten deel vallen.

39 Want u komt de belofte toe en uwen kinderen en allen die nog verre zijn, zoovelen de Heer onze God zal roepen.

40 Met nog veel meer woorden getuigde hij en vermaande hij hen: Redt u toch uit dit kromme geslacht.

41 Zij nu die het woord aannamen werden gedoopt, en op dien dag werden ongeveer drieduizend zielen gewonnen.

42 Zij namen voortdurend deel aan het onderricht der apostelen, het gemeenteleven, de broodbreking en de gebeden.

43 Vrees beving allen. Veel wonderen en teekenen geschiedden door de apostelen.

44 Allen die geloovig waren geworden hadden alles met elkander gemeen,

45 verkochten hun bezittingen en have en deelden de opbrengst aan allen uit naar gelang iemand behoefte had.

46 Ook hielden zij vol om dagelijks eendrachtig in den tempel te komen en huis aan huis brood te breken; waarbij zij hun spijs nuttigden in vreugde en eenvoud des harten,

47 God lovend terwijl zij in gunst stonden bij het geheele volk. Dag aan dag bracht de Heer hen die gered werden tot hetzelfde leven.

Genezing van een kreupele. Petrus' rede in den tempel.

1 Eens gingen Petrus en Johannes op het gebedsuur, het negende uur, naar den tempel.

2 Daar werd een man die van zijn geboorte af kreupel was aangedragen. Dagelijks zette men hem aan de tempelpoort die de Schoo-