is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

534 Want niet David is naar de ïhemelen opgevaren. Hij zegt integendeel zelf: De Heere zeide tot imijnen Heer: zet u aan mijne rechterhand,

135 totdat ik uwe vijanden gelegd :heb tot een voetbank voor uwe ■voeten.

!36 Zoo moge dan het geheele huis Israël ontwijfelbaar zeker weten, Idat God hem zoowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt, dezen [Jezus dien gij hebt gekruisigd.

De eerstelingen gedoopt. !37 Toen zij dit hoorden, werden :zij diep in hun hart getroffen; en :zij zeiden tot Petrus en de andere lapostelen: Broeders, wat moeten wij doen?

!38 En Petrus zeide tot hen: Beikeert u, en een ieder uwer late :zich doopen op gezag van den naam van Jezus Christus tot vergeving uwer zonden; dan zult gij de gave des heiligen Geestes ontvangen.

!39 Want aan u komt de belofte toe en aan uwe kinderen en aan lallen, die verre zijn, zoovelen als de Heer onze God daartoe roepen zal.

140 En met meer andere woorden bezwoer en vermaande hij hen: Laat u redden uit dit verdorven geslacht!

141 Zij dan die zijn woord aannamen, lieten zich doopen; en te dien dage werden ongeveer drie duizend zielen toegebracht.

Het gemeenteleven.

142 Zij nu hielden zich volijverig aan het onderwijs der apostelen en -aan de gemeenschap, aan de breking des broods en aan de gebeden.

143 En er kwam vrees over allen; :en vele wonderen en teekenen geschiedden door de apostelen.

44 En allen die tot geloof waren gekomen, voegden zich bij elkander en hadden alle dingen gemeen;

45 en telkens verkochten er hunne bezittingen en hunne have, en zij deelden dit onder allen uit, naarmate ieder van noode had.

46 Terwijl zij nu tezamen dagelijks geregeld in den tempel aanwezig waren en dagelijks aan huis brood braken, genoten zij in blijdschap en eenvoud des harten hunne spijs;

47 en zij prezen God en stonden in gunst bij het geheele Volk. En de Heer voegde dagelijks tot hun gemeenschap toe die behouden werden.

De eerste moeilijkheden. Genezing van een verlamde. 1 En Petrus en Johannes gingen op naar den tempel tegen het gebedsuur, de negende ure.

2 En een man, die verlamd was van zijn geboorte af, werd telkens daar heen gedragen; dagelijks werd hij voor de tempelpoort, die

34 David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: „De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet u aan mijn rechterhand,

35 Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten."

Ps. 110 (109) : l.

36 Heel het huis van Israël zij er dus van doordrongen, dat God dienzelfden Jesus, dien gij hebt gekruisigd, tot Heer en Christus heeft gesteld.

37 Toen ze dit hoorden, werden ze diep getroffen; en ze zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Mannen broeders, wat moeten we doen?

38 Petrus zei hun: Bekeert u allen, en laat u dopen in de naam van Jesus Christus, tot vergiffenis uwer zonden; dan zult gij de gave ontvangen van den Heiligen Geest.

39 Want voor u is de belofte; ook voor uw kinderen, en voor allen, die van verre zijn: voor allen, die de Heer onze God Zich zal roepen.

De eerste bekeerlingen.

40 Met nog veel andere woorden legde hij getuigenis af; ook vermaande hij hen, en sprak: Redt u toch uit dit bedorven geslacht.

41 En zij, die zijn woord aanvaardden, ontvingen het doopsel; die dag traden er ongeveer drie duizend mensen toe.

42 Ze bleven volharden in de leer der apostelen en de onderlinge gemeenschap, in het breken des broods en in het gebed.

43 Allen leefden in vrees. De apostelen verrichtten vele wonderen en tekenen.

44 En al de gelovigen waren ten nauwste vereend, en bezaten alles in gemeenschap.

45 Ze verkochten have en goed, en verdeelden het onder elkander, naar ieders behoefte.

46 Iedere dag bezochten ze eendrachtig de tempel, en thuis braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid en eenvoud van hart.

47 Ze loofden God, en stonden in gunst bij heel het volk. En de Heer bracht iedere dag meer geredden bijeen.

Genezing van een lamme.

1 Eens gingen Petrus en Johannes naar de tempel tegen het negende uur, het uur van het gebed.

2 Daar was een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder af, en gedragen moest worden; iedere dag zette men hem bij de

34 Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: De Here heeft gesproken tot mijn Here: Zit aan mijn rechterhand,

35 totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten.

Ps. 110 : 1. Matth. 22 : 44.

36 Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem én tot Here én tot Christus gemaakt heeft, dezen Jezus, dien gij gekruisigd hebt.

'37 Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?

38 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op den naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal.

4t) En met nog meer andere woorden getuigde hij en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.

Het leven der eerste gemeente. 41 Zij dan, die zijn woord ter harte namen, lieten zich dopen en op dien dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.

42 En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.

43 En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.

44 En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergadert! waren, hadden alles gemeenschappelijk;

45 en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden;

46 en voortdurend waren zij eiken dag eendrachtig in den tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten,

47 en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan den kring, die behouden werden.

De genezing van een verlamde.

1 Petrus nu en Johannes gingen -r op naar den tempel tegen het uur des gebeds, dat is het negende.

2 En een man, die verlamd was, van den schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zetten zij dagelijks bij de poort