Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 En toen de volksscharen zagen wat Paulus gedaan had, riepen zij luide in het Lycaónisch: De goden zijn den menschen gelijk geworden en zijn tot ons neergedaald!

12 En zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, daar deze het was, die het woord voerde.

13 En de priester van den Zeustempel vóór de stad bracht stieren en kransen bij het poortgebouw, en wilde met de scharen een offer brengen.

14 Doch toen de apostelen Barnabas en Paulus dat hoorden, scheurden zij hun kleederen en wierpen zich onder de menigte en riepen:

15 Mannen, wat doet gij toch? Ook wij zijn menschen van gelijken aard als gij! Wij verkondigen u de vreugdeboodschap, dat gij u van deze nietige wezens zoudt afkeeren tot den levenden God, die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is!

11 Toen de menigte zag, wat Paulus gedaan had, jubelde ze in het lykaonisch: De goden zijn in menselijke gedaante tot ons neergedaald.

12 Barnabas noemden ze Jüpiter, en Paulus Hermes, omdat deze het woord had gevoerd.

13 En de priester van Jüpiter, den beschermgod der stad, bracht stieren en kransen in de portieken, en wilde met het volk een offer brengen.

14 Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus dit hoorden, scheurden ze hun kleren, wierpen zich onder de menigte,

15 en riepen: Mannen, wat gaat gij beginnen ? Ook wij zijn sterfelijke mensen, evenals gij. We komen u juist verkondigen, dat gij u van deze dwaasheden moet bekeren tot den levenden God. Hij is het, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is, gemaakt heeft;

11 En toen de scharen zagen, wat Paulus gedaan had, verhieven zij hun stem en zeiden in het Lycaónisch: De goden zijn, in mensengedaante, tot ons neergedaald;

12 en zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij het was, die het woord voerde.

13 En de priester van Zeus-voorde-stad bracht stieren en kransen aan bij het poortgebouw en wilde met de scharen offeren.

14 Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus dat hoorden, scheurden zij hun mantels en sprongen naar voren onder de schare,

15 uitroepende: Mannen, wat doet gij daar ? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot den levenden God, die den hemel, de aarde, de zee en al wat er in is gemaakt heeft.

16 Hij heeft, in achter ons liggende geslachten, al de volkeren op hun eigene wegen laten wandelen;

17 ofschoon hij zich ook niet onbetuigd heeft gelaten, als weldoener, door van den hemel u regen te geven en vruchtbare tijden, en door uw hart te vervullen met spijs en vroolijkheid.

18 En met die woorden konden zij ternauwernood de scharen weerhouden, om aan hen te offeren.

Paulus te Lystra gesteenigd. Invloed te Derbe. Terugreis naar Antiochië.

19 Maar er kwamen Joden uit Antiochië en Icónium, die het volk voor zich wisten te winnen. En zij steenigden Paulus en sleepten hem buiten de stad, in de meening dat hij dood was.

20 Doch toen de discipelen in een kring om hem heen waren gaan staan, stond hij op en ging de stad binnen. En den volgenden dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.

21 En toen zij aan die stad het evangelie brachten en verscheidene leerlingen gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystra en naar Icónium en naar Antiochië;

22 en zij sterkten de discipelen innerlijk, terwijl zij hen opwekten, in het geloof te volharden, en zij zeiden, dat het noodzakelijk is, dat wij door vele verdrukkingen heen het koninkrijk Gods binnengaan.

23 En nadat zij in iedere gemeente oudsten voor hen hadden gekozen en onder vasten voor hen hadden gebeden, droegen zij hen op aan den Heer, op wien zij hun vertrouwen hadden gesteld.

24 En na Pisidië te zijn doorgetrokken, kwamen zij in Pamfyiië;

25 en na te Perge het woord te hebben gesproken, kwamen zij bij Attalië aan de kust;

16 die in het verleden wel toeliet, dat alle volkeren hun eigen weg zouden gaan,

17 maar die Zich toch nooit onbetuigd heeft gelaten, juist door zijn weldaden: door van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven, door u in overvloed voedsel en vreugde des harten te schenken. —•

18 En zelfs door zó te spreken, konden ze ternauwernood het volk weerhouden, om offers aan hen te brengen.

19 Maar nu kwamen er ioden van

Antiochië en Ikónium. Ze praatten het volk om, stenigden Paulus, en sleurden hem buiten de stad, in de mening, dat hij dood was.

20 Doch toen de leerlingen om hem heen kwamen staan, richtte hij zich op, en ging de stad binnen.

Verblijf te Derbe; terugreis naar Antiochië van Syrië. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.

21 En nadat ze in die stad het evangelie hadden verkondigd, en veel leerlingen hadden gewonnen, keerden ze over Lystra en Ikónium naar Antiochië terug.

22 Ze bevestigden de leerlingen in hun goede gezindheid, vermaanden hen, om in het geloof te volharden, en zeiden, dat we door veel verdrukkingen het koninkrijk Gods moeten ingaan.

23 In elke gemeente stelden ze, na bidden en vasten, door oplegging der handen priesters over hen aan, en bevalen ze aan bij den Heer,, in wien ze hadden geloofd.

24 Vervolgens trokken ze Pisidië door, en kwamen in Pamfyiië.

25 En na te Perge het woord te hebben verkondigd, gingen ze naar Att&lia.

16 Hij heeft ten tijde der geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun eigen wegen laten gaan,

17 en toch heeft Hij zich niet onbetuigd gelaten door wèl te doen, door u van den hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken.

18 En hoewel zij zo spraken, konden zij ternauwernood de scharen weerhouden hun te offeren.

19 Maar er kwamen Joden van Antiochië en Icónium en zij praatten de scharen om en stenigden Paulus en sleepten hem de stad uit, menende, dat hij dood was.

20 Doch toen de discipelen hem omringd hadden, stond hij op en ging de stad binnen. En den volgenden dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.

Terug naar Antiochië.

21 En toen zij aan die stad het evangelie verkondigd en er verscheidene discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystra, Icónium en Antiochië,

22 om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan.

23 En nadat zij in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten den Here op, in wien zii geloofd hadden.

24 En na een tocht door Pisidië kwamen zij in Pamphylië;

25 en zij spraken het woord te Perge en trokken naar Attalia;

18

Sluiten